Extra informatie over Belgie
Algemeen
Brussel Belgi (Frans: Belgique; Duits: Belgien; Engels: Belgium) is een federale constitutionele monarchie in Noordwest-Europa. De totale oppervlakte van Belgi is 30.518 km2 en de hoofdstad is Brussel (Frans: Bruxelles). Tot Belgi behoren ca. 30 in de Nederlandse provincie Noord-Brabant gelegen kleine gebieden of exclaves die samen de gemeente Baarle-Hertog vormen. Belgi is iets kleiner dan Nederland (0,9% x Nederland).
Belgi grenst in het westen aan de Noordzee (kustlijn: 66 km), in het noorden aan Nederland (450 km), in het oosten aan Duitsland (167 km) en het Groothertogdom Luxemburg (148 km), en in het zuiden aan Frankrijk (620 km).
Het Waals Gewest (Frans: Rgion Wallone) is een deelstaat van Belgi met als hoofdstad Namen (Frans: Namur). Het gewest omvat het grondgebied van de provincies Waals-Brabant, Namen, Luxemburg, Henegouwen en Luik. De totale oppervlakte van het Waals Gewest bedraagt 16.844 km2 en het aantal inwoners ca. 3.315.000. Het gewest heeft een eigen "Waals parlement" en een eigen regering die zetelt in de gewestelijke hoofdstad Namen.
De zeven ministers worden gekozen door het Waals parlement. Uit de regering komt de voorzitter, de minister-president. De regering oefent macht uit middels besluiten en is verantwoording schuldig aan het parlement. De besluiten worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
Het Vlaams Gewest is de andere deelstaat van Belgi met als hoofdstad Brussel. Het gewest omvat het grondgebied van de provincies Limburg, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Antwerpen en Vlaams-Brabant. De totale oppervlakte van het Vlaams Gewest bedraagt 13.522 km2 en het aantal inwoners bedraagt ca. 5.900.000. Het Vlaams parlement is de wetgevende assemble voor zowel gewest- als gemeenschapsaangelegenheden en de Vlaamse regering oefent de uitvoerende macht uit.
De regering is gevestigd te Brussel en telt maximaal elf ministers. Ze wordt gekozen door het Vlaams parlement De regering kiest uit haar leden een voorzitter, de minister-president. De regering oefent de uitvoerende macht uit door middel van besluiten en is als college en ieder van haar leden individueel verantwoording verschuldigd aan het parlement. De besluiten worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
Landschap
Schelde Geografisch kan Belgi onderverdeeld worden in drie streken: Laag-Belgi (tot 100 meter hoogte), Midden-Belgi (van 100 tot 200 meter hoogte) en Hoog-Belgi (van 200 meter tot meer dan 500 meter hoogte).
Laag-Belgi begint in het westen met de kust, een strook van zee, zandstrand en duinen, die zich in en rechte lijn over een afstand van ca. 65 kilometer uitstrekt. Achter de kust liggen de polders, een vlak en zeer vruchtbaar land dat is drooggelegd en door sluizen tegen de sterke getijdenwerking wordt beschermd.
Tussen de westelijke polders en de rivieren de Leie en de Schelde ligt de Vlaamse laagvlakte, een zandstreek met hier en daar wat heuvels. Naar het oosten toe liggen de Kempen, een landschap met vooral dennenbossen, weiland en masvelden.
Midden-Belgi ligt achter de Vlaamse laagvlakte en de Kempen en stijgt geleidelijk tot de Samber- en Maasvalleien. Deze lage leemplateaus vormen de vruchtbaarste grond van Belgi. Brabant is sterk verstedelijkt, maar het Zoninwoud is nog een restant van het vroegere Kolenwoud, dat zich in de Romeinse tijd over een groot deel van het land uitstrekte.
Midden-Belgi omvat verder in het westen Henegouwen en in het oosten Haspengouw. Ook dit zijn vruchtbare streken met uitgestrekte akkers en weilanden.
Hoge Venen Hoog-Belgi is dunbevolkt en hier vindt men de meeste bossen, te beginnen ten zuiden van de Samber en de Maas met het Condroz-plateau. Deze vruchtbare streek is vooral bekend als toeristische trekpleister met de valleien van de Maas en de Ourthe en de vele monumenten. Tussen de Vesder en de Maas ligt het land van Herve, dat vanwege de rijke, vochtige kleigrond bij uitstek geschikt is voor weilanden en dus voor veeteelt.
Ten zuiden van de Condroz ligt de Fagne- en de Famennestreek; niet zo geschikt voor landbouw, maar meer bekend vanwege de vele grotten. Ten zuiden daarvan liggen de Ardennen, een zeer bosrijk gebied met natuurlijke berkenbossen en aangeplante sparrenbossen, afgewisseld met plateaus en diepe valleien. Sparren doen het hier goed vanwege de zure grond. Hier ligt ook het hoogste punt van Belgi: het Signaal van Botrange met 694 meter.
Het meest zuidelijke deel van Belgi is Belgisch Lotharingen met een milder klimaat dan elders in het land en een zogenaamd cuestalandschap; steile randen die ontstaan zijn door de afwisseling van harde en zachte lagen. Hier zijn op de zuidflanken van de heuvels zelfs wijngaarden aangelegd.
Klimaat
Belgi kent over het algemeen een gematigd zeeklimaat, maar tussen de verschillende streken vallen behoorlijke verschillen op. Verder kenmerkt het weer zich door een grote wisselvalligheid. De gemiddelde temperatuur bedraagt in geheel Belgi 11,2C.
Men kan drie klimaattypes onderscheiden.
Een echt zeeklimaat komt voor aan de kust en een stukje landinwaarts. Het gemiddelde temperatuurverschil tussen de warmst en de koudste maand is hier het kleinst (zomer 16,9C ; winter 3C). In Midden-Belgi en de Kempen heerst een zogenaamd gewijzigd zeeklimaat. De afstand tot de matigende invloed van de zee is wat groter en daardoor zijn de gemiddelde temperatuurverschillen wat groter (zomer 14,7C ; winter 2,5C).
In het bergachtige gebied ten oosten van de Maas en de Samber heerst een zogenaamd gewijzigd landklimaat. De invloed van de zee is hier het kleinst en de temperatuurverschillen het grootst (zomer 15,5C ; winter 0,4C). Door de hogere ligging van het gebied is het 's zomers niet zo warm als in de rest van Belgi.
Juli en augustus zijn gemiddeld de warmste, januari en februari de koudste maanden. De winters in de Hoge Ardennen zijn over het algemeen streng en lang.
De gemiddelde jaarlijkse neerslag schommelt tussen 1400 mm plaatselijk in Hoog-Belgi en ongeveer 800 mm aan de kust en in Midden-Belgi. De grootste hoeveelheden vallen in Laag- en Midden-Belgi in juli en augustus (onweersbuien) en in Hoog-Belgi in november en december. De neerslag in de Ardennen wordt veroorzaakt door stuwingsregens, die ontstaan doordat de stijgende lucht afkoelt, de waterdamp condenseert en vervolgens als regen naar beneden valt. De gemiddelde jaarlijkse neerslag over geheel Belgi bedraagt 852 mm. Het gemiddelde aantal dagen met meetbare neerslag (ten minste 0,1 mm) bedraagt tweehonderd per jaar. Het aantal onweersdagen schommelt jaarlijks tussen 75 en 90. De maximale dikte van de sneeuwlaag neemt gemiddeld toe met de hoogte en varieert van 6 cm aan de kust tot meer dan 30 cm op de Ardense hoogvlakten. Het gemiddelde jaarlijkse aantal uren zonneschijn bedraagt 1392.
Planten en dieren
Planten
Herderstasje Belgi kent ondanks de kleine oppervlakte een behoorlijk rijke en gevarieerde plantenwereld waaronder 1300 soorten vaatplanten, een nog groter aantal wieren, meer dan 5000 soorten zwammen en korstmossen en ongeveer 700 soorten lever- en bladmossen. Met name Atlantische en Midden-Europese plantensoorten leveren zeer vele elementen. Enkele van de meest noordelijke vertegenwoordigers van de submediterrane flora bereiken zelfs Belgi, bijvoorbeeld de spekwortel, het Apennijns zonneroosje, het palmboompje en de wollige sneeuwbal.
Verschillende submontane planten, waaronder grassen als het bergbeemdgras en het boszwenkgras en verder de kransbladsalomonszegel, de witte veldbies en het peperboompje, komen in de hoogste delen van Belgi voor. Onder de soorten vaatplanten komen ca. 400 soorten bijna overal te vinden, o.a. de grote brandnetel, het herderstasje en het straatgras.
De duinen zijn begroeid met o.a. biestarwegras, helmgras en de opvallende duindoorn. De door dijken beschermde zeepolders liggen achter de duinen en zijn praktisch volledig in cultuur gebracht.
De Vlaamse Kempen en Vlaanderen zijn bosachtig. Het grootste deel van de bossen werd hier al vanaf de vroege Middeleeuwen gekapt en in cultuur gebracht. Ook in de Kempen verdween het meeste bos en ging over in heide. Een groot gedeelte van de heide is alweer in cultuur gebracht door de aanplant van o.a. zeeden en grove den.
Het Kempens Plateau is het oostelijke deel van de Kempen en omvat verschillende ondiepe vennen met een gevarieerde plantengroei.
Het Picardische-Brabantse gebied wordt gekenmerkt door veel beukenbossen en is verder bijna geheel cultuurland. In het oostelijke deel van dit gebied liggen enkele eiken-haagbeukenbossen.
Als de bossen geheel ontbreken ontstaan er weiden met o.a. blauwgras, gevinde kortsteel en bergdravik, ook een grassoort.
In de Hoge Ardennen vind men veel beukenbossen en ook de hoogstammige spar komt hier veel voor. Ook hier submontane plantensoorten als kransbladsalomonszegel en bergbeemdgras. De uitgestrekte hoogvenen zijn de vindplaatsen voor veel veenmossoorten, rijsbes en eenarig wollegras.
Het zuidelijk gelegen Lotharingse gebied heeft, dankzij het milde klimaat, verschillende submediterrane plantensoorten. De uitgestrekte bossen bestaan voornamelijk uit beuk, haagbeuk en eik. Moerassige gebieden herbergen verschillende soorten wollegras en zegge.
Dieren
Egel Net als in Nederland dreigen ook in Belgi door o.a. de toenemende verstedelijking, de chemische gewassenbestrijding en de vervuiling van het oppervlaktewater een aantal diersoorten te verdwijnen, o.a. wilde kat, otter, aalscholver, roerdomp en zeelt. Lang geleden of nog maar recent zijn wolf, raaf, steur, zalm en tuimelaar verdwenen.
Mol, egel en een aantal spitsmuizensoorten komen in geheel Belgi voor.
Plaatselijk komen nog vrij algemeen voor het konijn, de haas en de eekhoorn, eikel-, rel- en hazelmuizen, ratten-, muizen- en woelmuizensoorten; de hamster vooral in Haspengouw. Van de ca. twintig voorkomende vleermuissoorten zijn een aantal soorten vrij algemeen. Vos, hermelijn en steenmarter zijn zeldzaam, de bunzing algemener. Everzwijn en ree komen vooral voor in Ardennen maar ook in de Kempen. Het edelhert komt alleen voor in de Ardennen.
De vogelfauna telt ca. 350 soorten, maar het zijn niet allemaal stand- of broedvogels; vele soorten zijn slechts doortrekkers of dwaalgasten.
De reptielen en amfibien zijn niet zo sterk vertegenwoordigd. Hazelworm en enkele hagedissoorten zijn komen vrij algemeen voor, een drietal slangensoorten zijn zeldzamer. Naast een tiental padden- en kikkersoorten komen salamanders overal in het land voor; bepaalde soorten zijn echter vrij strikt geografisch beperkt.
Van de ongeveer 150 vissoorten leven er ca. tweederde in zee en eenderde in zoetwater. De vormenrijkdom van de mariene ongewervelde fauna is beperkt door de eenvormigheid van het kustgebied. Toch komen in de uiterste zuidwesthoek bij De Panne enkele meer zuidelijke schelpen voor, zoals bijv. het "koffieboontje"; op de havenhoofden en vooral op de pier te Zeebrugge o.a. het golfbrekeranemoontje en de zeeanjelier; in de spuikom te Oostende treft men een opmerkelijke vormenrijkdom aan, o.a. van draadwormen, terwijl bijvoorbeeld de zeeduizendpoot en het manteldier Botryllus er buitengewone afmetingen kunnen aannemen. In brakke gebieden komen soorten voor als de steurgarnaal.
In de grotten van de Kalkstreek leeft een bijzondere holenfauna en waar speciaal in Belgisch Lotharingen naar het zuiden gerichte hellingen een gunstig microklimaat vormen, handhaven zich zuidelijker vormen zoals de bidsprinkhaan. |