Extra informatie over Britse maagdeneil
Algemeen
Het Caribisch Gebied bestaat uit talloze eilanden en riffen in het Caribische Zee gebied, waarvan vele onbewoond zijn. Dit gebied wordt ook vaak de West Indies of Antilles genoemd. In het gebied ligt een aantal grote eilanden, te weten Cuba, Hispaniola (bestaande uit Hati en de Dominicaanse Republiek), Puerto Rico, Jamaica en Trinidad. Daarnaast zijn er een aantal kleine eilanden, ook wel Kleine Cariben (of Lesser Antilles) genoemd. De Kleine Cariben hebben historische en culturele banden met vrijwel alle continenten: uiteraard met Zuid- en Noord-Amerika, maar ook met Europa, Afrika en Azi.
Politieke structuur
Onder de Kleine Cariben bevindt zich een aantal onafhankelijke staten, te weten Grenada, Barbados, St. Vincent en de Grenadines, St. Lucia, Dominica, Antigua en Barbuda, St. Kitts en Nevis en de Bahamas. Verder zijn er twee Departements dOutre Mer (DOMs) van Frankrijk in het Caribisch Gebied, te weten Guadeloupe en Martinique. Het Verenigd Koninkrijk heeft een aantal dependencies in het Caribisch Gebied, te weten Anguilla, Montserrat, de Britse Maagdeneilanden, de Cayman Eilanden en de Turks en Caicos Eilanden. De Maagdeneilanden zijn gebiedsdelen van de Verenigde Staten. Aruba en de Nederlandse Antillen zijn onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden.
Regionale integratie
Er zijn enkele regionale organisaties in het Caribisch Gebied, die samenwerking tussen de landen in de regio als voornaamste doelstelling hebben. Het betreft de Caribbean Common Market and Community (CARICOM), de Organization of Eastern Caribbean States (OECS), Caribbean Forum (Cariforum), de Association of Caribbean States (ACS), de Association of Caribbean Development Bank (CDB).
CARICOM
CARICOM speelt een centrale rol op het gebied van regionale handel en economische integratie, politieke samenwerking en ontwikkeling in de Caribische regio. Het Secretariaat van CARICOM heeft daarnaast een aantal specifieke projecten in beheer zoals het Caribbean Court of Justice (zie onder), steun aan Hati, relatie met de Universiteit van de West Indies en de HIV/AIDS problematiek in de regio. CARICOM is opgericht in 1973 en het hoofdkantoor is gevestigd in Guyana.
De werkzaamheden van CARICOM krijgen weinig media-aandacht en zijn derhalve voor het Caribische publiek amper te volgen. Het daadwerkelijke werk wordt overigens verzet in de vele sub-commissies van CARICOM. De belangrijkste organen van de organisatie zijn de Conference of Heads of Government en de Community Council of Ministers. Daarnaast zijn er nog andere organen en instituties op diverse terreinen actief. Ook zijn er geassocieerde instituties, zoals de Caribbean Development Bank, de Universiteiten van Guyana en West Indies, het Caribbean Law Institute en het secretariaat van de Organisation of Eastern Caribbean States (OECS).
Lidstaten van CARICOM zijn Antigua en Barbuda, Belize, Guyana, Montserrat, St. Vincent en de Grenadines, De Bahamas (lid van de Gemeenschap maar niet van de Gemeenschappelijke Markt), Dominica, Hati, St. Kitts en Nevis, Suriname, Barbados, Grenada, Jamaica, St. Lucia en Trinidad en Tobago. De Nederlandse Antillen en Aruba hebben de status van waarnemer bij CARICOM, evenals Colombia, Bermuda, de Dominicaanse Republiek, Puerto Rico, de Cayman Eilanden, Mexico en Venezuela.
Caribbean Court of Justice
CARICOM is initiatiefnemer voor de oprichting van het Caribbean Court of Justice (CCJ) dat als hooggerechtshof voor het Caribisch Gebied kan dienen. Momenteel is het Londense Privy Council de laatste beroepsmogelijkheid in de meeste Engelstalige Caribische landen. De vraag naar een eigen Caribisch hooggerechtshof is officieel ingegeven door de wens naar meer soevereiniteit voor de betrokken landen. In de praktijk blijkt echter dat veel landen het bezwaarlijk vinden dat de Privy Council de tenuitvoerlegging van de doodstraf aan een groot aantal ter dood veroordeelden tegenhoudt op (juiste) juridische gronden. De roep om uitvoering van opgelegde doodstraffen zwelt aan, ook in politieke kringen. De oprichting van de CCJ zou hierin wellicht verandering kunnen brengen. Momenteel heeft een drietal staten het CCJ-verdrag geratificeerd: St. Lucia, Barbados en Guyana. Hiermee kan het CCJ operationeel worden gemaakt. De Caribbean Development Bank is verzocht om US$ 100 miljoen op de internationale kapitaalmarkt bijeen te halen ter financiering van het CCJ.
CDB
lidstaten van de CDB zijn: Anguilla, Antigua en Barbuda, de Bahamas, Barbados, Belize, de Britse Maagdeneilanden, de Cayman Eilanden, Dominica, Grenada, Guyana, Jamaica, Montserrat, St. Kitts en Nevis, St. Lucia, St. Vincent en de Grenadines, De Caribbean Development Bank (CDB) is opgericht in 1970 om bij te dragen aan de economische groei en ontwikkeling van haar lidstaten in het Caribisch Gebied en het bevorderen van economische samenwerking en integratie tussen de lidstaten. Het hoofdkwartier is gevestigd in Barbados. De CDB verschaft leningen aan haar lidstaten, alsmede technische assistentie. Lidstaten leveren zelf ook een financile bijdrage aan de bank. Lenende Trinidad en Tobago en de Turks en Caicos Eilanden. Niet-lenende landen die wel lid zijn: Colombia, Mexico, Venezuela, Canada, Frankrijk, Duitsland, Itali en het Verenigd Koninkrijk.
OECS
De Organisation of Eastern Caribbean States (OECS) is in 1981 opgericht door zeven Oost-Caribische staten om samenwerking, eenheid en solidariteit tussen de leden te bevorderen. Andere doelen zijn het beschermen van de soevereiniteit, territoriale integriteit en onafhankelijkheid van de leden. De OECS heeft inmiddels negen leden: Antigua en Barbuda, Dominica, Grenada, Montserrat, St. Kitts, Nevis, St. Lucia en St. Vincent en de Grenadines. Anguilla en de Britse Maagdeneilanden zijn geassocieerd lid.
ACS
De Association of Caribbean States (ACS) is in 1994 opgericht met als doelstelling het bevorderen van consultatie, samenwerking en gezamenlijke actie tussen alle landen in het Caribisch Gebied. De ACS bestaat uit 25 lidstaten en 3 geassocieerde leden: Frankrijk, de Nederlandse Antillen en Aruba. Acht niet-onafhankelijke Caribische staten komen nog in aanmerking voor geassocieerd lidmaatschap. De voorzitter van de ACS-ministerile Raad voor 2004 is de Minister voor Buitenlandse Zaken van Jamaica, Franklyn Delano. Secretaris-Generaal is Dr. Rubn Arturo Sili Valdez.
Cariforum
Cariforum is opgericht in 1992 om de allocatie van de middelen van het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) te monitoren. De gelden uit het EOF zijn bestemd voor de financiering van regionale projecten in het Caribisch gebied, zoals in het raamwerk van het Vierde Verdrag van Lom is vastgelegd.
Bevolking
Het gros van de bevolking van de Kleine Cariben is afstammeling van immigranten die zich vanuit alle delen van de wereld in het Caribisch Gebied hebben gevestigd. De oorspronkelijke bewoners van de Kleine Cariben, de Carib-Indianen, zijn grotendeels uitgestorven: er leeft nog een kleine gemeenschap van ca. 3000 op het eiland Dominica. Daarnaast hebben de Britten in 1796 een groep Carib-Indianen verscheept naar Midden-Amerika, waardoor ook daar nog nageslacht van deze mensen leeft, met name in Guatemala. Sporen van de oorspronkelijke cultuur van deze bevolkingsgroep zijn nog aanwezig in plaatsnamen, handwerktechnieken en dergelijke.
De eerste immigranten waren afkomstig uit Spanje, Engeland, Frankrijk en Nederland. Om te voorzien in de behoefte aan arbeidskrachten werden slaven gemporteerd uit Afrika. Deze slavenimport nam in de zeventiende eeuw een grote vlucht na de aanleg van de (arbeidsintensieve) suikerrietplantages. Schattingen van het aantal naar het Caribisch Gebied verscheepte slaven liggen rond de vier miljoen. In de negentiende eeuw kwamen ook Aziatische immigranten naar de regio, met name Chinezen en Indirs. De huidige bevolking is grotendeels Afrikaans of mulat.
Sinds circa 1960 is de bevolking sterk gegroeid, mede als gevolg van verbeterde medische voorzieningen en betere publieke (afval)voorzieningen. Dit heeft geleid tot overbevolking op sommige eilanden zoals Grenada en Barbados. Door gezinsplanning al rond 1950 tot officieel overheidsbeleid te maken, heeft Barbados het bevolkingsgroeipercentage sterk terug weten te brengen. Door migratie van drukbevolkte eilanden naar minder bevolkte eilanden, naar (voormalige) koloniale machten en naar de Verenigde Staten is de bevolkingsgroei iets minder explosief dan mogelijk zou zijn geweest.
Slavernij
De geschiedenis van de Caribische regio wordt grotendeels bepaald door de handel in en tewerkstelling van slaven en de koloniale banden die de eilanden hebben met hun voormalige moederlanden.
De trans-atlantische slavenhandel is ontstaan door de grote vraag naar arbeidskrachten die voortkwam uit de (suikerriet)plantages in het Westelijk Halfrond. Een groot deel van de Afrikaanse slaven waren afkomstig uit West-Afrika, maar ook inwoners van Madagaskar en het huidige Mozambique werden verscheept naar het Westelijk Halfrond. Ongeveer veertig procent van het totaal aantal verscheepte Afrikanen kwam in het Caribisch Gebied terecht: circa vier miljoen mensen. De sterftecijfers onder deze nieuwe bewoners waren hoog, zowel tijdens de reis als na aankomst mede als gevolg van ziekten en slechte levensomstandigheden. De slavenhandel, een economisch fenomeen, heeft een enorme invloed gehad op de Caribische regio.
Land, klimaat, (natuurlijke) rijkdommen
Het ontstaan van de kleine Cariben is verschillend per eilandengroep: zo zijn enkele eilandengroepen ontstaan door koraalgroei en kalksteen, en anderen door vulkanologische activiteit. De eilanden voor de Venezolaanse kust (Aruba, Curaao en Bonaire) zijn uitlopers van het Andes-gebergte. Ook verschillen de eilanden geografisch van elkaar. Sommige eilanden zijn vlak, andere hebben heuvels. In de Oostelijke Cariben komen vele actieve vulkanen voor: de bekendste zijn Montagne Pele op Martinique, Soufrire op Sint Vincent en de Soufrire Hills op Montserrat. De laatste heeft in de afgelopen 10 jaar een aantal grote erupties gehad, die hebben geleid tot onbewoonbaarheid van ongeveer de helft van het eilandoppervlak.
De biodiversiteit op de eilanden is voor wat betreft het dierenrijk beperkt: slechts een klein aantal inheemse zoogdieren komt voor. Vogel- en vispopulaties zijn wel gevarieerd, evenals de koraalsoorten. De natuurlijke vegetatie van de eilanden is door de bewoners ernstig aangetast, met name door ontbossing. Ook de introductie van uitheemse gewassen voor landbouwproductie zoals suikerriet, bananen, rijst, koffie en diverse soorten (citrus)fruit heeft hieraan bijgedragen.
Het Caribisch gebied wordt gekenmerkt door het zonnige klimaat en de mooie (zand-) stranden op de meeste eilanden. Toerisme is dan ook een zeer belangrijke bron van inkomsten. De temperatuur varieert niet veel gedurende het jaar. Wel is het orkaanseizoen gebonden aan een specifieke periode, meestal van juli tot november. De eilanden worden niet vaak door orkanen getroffen, maar indien dit gebeurt is de schade vaak aanzienlijk. Orkanen brengen meestal stortregens met zich mee.
Economie
De economie van de Kleine Cariben is grotendeels gebaseerd op toerisme en landbouw. Inheemse landbouwproducten zijn zoete aardappels, cassave, bonen, mas en tabak. Gentroduceerde soorten zijn suikerriet, bananen, citrusfruit en koffie. Op een aantal eilanden worden specifieke gewassen verbouwd: nootmuskaat op Grenada, pijlwortel op St. Vincent, vanille op Dominica en fijn katoen op Montserrat en Antigua. Daarnaast vormt de verwerking van suikerriet tot melasse en rum een belangrijke bijkomstige activiteit op een aantal eilanden.
Door de bevolkingsgroei die zich in de tweede helft van de 20e eeuw voordeed, werd het onmogelijk om de gehele populatie in leven te houden met de opbrengsten van de landbouw en moesten andere inkomstenbronnen worden aangeboord. Olieraffinage vindt plaats op Aruba en Curaao. Veel eilanden hebben d.m.v. (tijdelijke) belastingvrijstellingen geprobeerd bepaalde fabriekstakken te stimuleren om zo alternatieve bronnen van werkgelegenheid en inkomsten te genereren. Dit met wisselend succes. Na het totstandkomen van de North American Free Trade Area (NAFTA) is de export van dergelijke goederen naar de VS gedaald, met name omdat gelijk(waardig)e producten goedkoper uit Mexico konden worden gemporteerd.
Toerisme heeft vanaf het eind van de jaren 70 gezorgd voor een grote bron van inkomsten. Een van de neveneffecten is echter een grotere (economische) afhankelijkheid van de VS, aangezien het merendeel van de toeristen uit de VS afkomstig is en veel van de investeringen in de toeristische industrie door Amerikaanse bedrijven worden gefinancierd.
Voor sommige eilanden zijn de ontvangsten van in het buitenland werkende inwoners een belangrijke bron van inkomsten.
Small Island Developing States
Een deel van de Kleine Cariben zijn zogenaamde Small Island Developing States (SIDS). Deze SIDS worden geconfronteerd met een aantal specifieke problemen en kwetsbaarheden. Deze zijn:
Kleine omvang. Een kleine omvang is economisch nadelig door beperkte natuurlijke hulpbronnen, hoge importcijfers, beperkte mogelijkheden tot import-substitutie, kleine lokale afzetmarkt, afhankelijkheid van export, afhankelijkheid van een relatief weinig gediversifieerd aanbod, beperkte invloed op het binnenlands prijspeil, beperkte mogelijkheden tot schaalvoordeel, beperkte binnenlandse concurrentie en problemen met openbaar bestuur.
Isolement.Het relatieve isolement waarin eilanden zich bevinden, leidt tot o.a. hogere transportkosten per eenheid export, onzekerheden m.b.t. aanvoer van grondstoffen en grote voorraden (door eerdergenoemde transportproblemen).
Vatbaarheid voor natuurrampen.Naar verwachting zijn de gevolgen van natuurrampen op kleine eilanden relatief groter, met name berekend vanuit de kosten per hoofd van de bevolking.
Milieu factoren. Het milieu op kleine eilanden staat onder druk, onder andere door intensief bouwen voor woningen en toerisme. Verder zijn de ecosystemen van eilanden vaak uniek maar zeer kwetsbaar. Deze uniciteit draagt bij aan de mondiale biodiversiteit. Het broeikaseffect en de bijkomende stijging van de zeespiegel vormt een grote bedreiging voor de SIDS, met name voor vlakke, laaggelegen koraaleilanden. Erosie is eveneens een groot probleem.
Overige karakteristieken. De afhankelijkheid van buitenlandse financieringsbronnen en de demografische wijzigingen op een eiland spelen eveneens een grote rol in SIDS.
Op basis van deze gegevens is een economische kwetsbaarheidsindex opgesteld door onderzoekers van de Universiteit van Malta, gebaseerd op economische variabelen van een groot aantal landen. In de rangorde op deze kwetsbaarheidsindex scoren de Kleine Cariben bijzonder hoog: Antigua en Barbuda staan op de eerste plaats, St. Kitts en Nevis op de vijfde plaats. Verdere scores: St Lucia (6), St. Vincent (9), Grenada (10), Bahamas (11), Dominica (18), Barbados (20). Ter vergelijking: Nederland staat op de 53e plaats, de VS op de 112e plaats.
Hier komt nog bij dat in de huidige tijd van globalisering de SIDS tot een nog marginalere rol dreigen te vervallen en daardoor economisch instabieler te worden. Om dit te voorkomen zal het noodzaak voor de SIDS worden om zich te specialiseren.
Drugs
Vrijwel alle Kleine Cariben vormen een doorvoerhaven voor drugs (met name cocane) die geproduceerd worden in Zuid-Amerika (Bolivia, Colombia). Bestemmingen van deze drugs zijn de VS en Europa. De drugs worden door middel van snelle boten (zogenaamde go-fasts) van het Zuid-Amerikaanse vasteland naar de eilanden getransporteerd, vanwaar verder transport plaatsvindt. De gevolgen van deze transporten voor de criminaliteit en economie van veel van de eilanden is groot: mede door de kleine omvang en bestuurscapaciteit van de eilanden blijkt het lastig om effectief op te treden tegen de transporten.
Gerelateerd aan de drugstransporten en de drugshandel is het witwassen van drugsgelden. Witwaspraktijken vormen dan ook op een aantal kleine eilanden een groot probleem. De lijst van non-cooperative countries and territories van de Financial Action Task Force on Money Laundering (FATF, onderdeel van de OECD) van 21 juni 2002 bevat onder andere: Dominica, Grenada en St. Vincent en de Grenadines. Toen de lijst in 2000 voor het eerst werd opgesteld, stonden ook de Bahamas, de Cayman Eilanden, St. Kitts en Nevis op de lijst. Deze zijn inmiddels afgevoerd vanwege snelle voortgang in het bestrijden van de tekortkomingen in de anti-witwassystemen. |