Extra informatie over Chili
Algemeen
Andes Chili Chili (officieel: Repblica de Chile) is een republiek in Zuid-Amerika, ingeklemd tussen het Andesgebergte in het oosten en de Stille Oceaan in het westen. De totale oppervlakte van Chili bedraagt 756.626 km2, en het land is daarmee ca. 19 keer zo groot als Nederland. Chili is na Brazili, Argentini en Peru het vierde grootste land van Zuid-Amerika.
Chili strekt zich hemelsbreed meer dan 4200 km lang uit langs de Grote Oceaan en is minimaal 64 km breed en maximaal 350 km. De totale lengte van de kustlijn bedraagt 6435 km. Aan de landzijde grenst Chili in het oosten aan Argentini (5150 km), in het noordoosten aan Bolivia (861 km) en in het noorden aan Peru (160 km).
Twee grote eilanden in de Grote Oceaan behoren tot het territorium van Chili: de Juan Fernndez-eilanden (Robinson Crusoe-eiland 185 km2) op 670 km uit de kust, en Paaseiland of Rapa Nui (163 km2) op 3000 km van de Chileense kust. Tot Chili behoren verder nog de Desventurados-eilanden (San Flix, San Ambrosio, Gonzales, 3,3 km2), Sala y Gomez (0,12 km2), en de Diego Ramrez-eilanden. Vuurland is een eiland aan de zuidkust en behoort tot Chili en Argentini. Het zuidelijk deel van Chili bestaat uit een archipel met de doorvaart Estrade de Magellanes en in het uiterste zuiden ligt het eilandje Kaap Hoorn.
Chili claimt ook nog een gebied van ca. 1.250.000 km2 van Antarctica. Sommige gedeeltes worden tevens geclaimd door Argentini en Groot-Brittanni.
VUURLAND
Vuurland (Spaans: Tierra del Fuego), is een eiland aan de zuidpunt van Zuid-Amerika, verdeeld in een oostelijk tot Argentini, en een westelijk tot Chili behorend deel. De totale oppervlakte is 48.390 km2, waarvan 27.998 km2 tot Chili behoort.
Uitlopers van de Andes (Andes Patagnico) vormen het zuidelijk deel van het eiland (Mount Darwin, 2180 m), dat door de lage sneeuwgrens (700 m) voor een groot deel bedekt is met sneeuw en gletsjers. Vooral het zuidwestelijk deel heeft een sterk gelede fjordenkust. Het noorden is bosrijk, overgaand in een toendrahoogvlakte.
Van de oorspronkelijke Indiaanse bevolking (Vuurlanders) zijn slechts enkele kleine, meest nomadische groepen overgebleven. De belangrijkste plaatsen in het Chileense deel zijn Porvenir en Manantiales. De voornaamste economische activiteiten zijn schapenhouderij en sinds ca. 1950 aardolie- en aardgaswinning.
Tierra del Fuego werd in 1520 ontdekt door Ferno de Magalhes, die er vuren zag branden en daar het eiland naar noemde.
PAASEILAND
Paaseiland Chili Paaseiland (Spaans: Isla de Pascua; inheemse naam: Rapa Nui = de Grote of Te-pito-o-te-henua = navel der aarde) is een Chileens eiland in de Grote Oceaan, op ongeveer 3500 km afstand van het vasteland van Chili. Het wordt ebschouwd als het oostelijkste van de Polynesische eilanden. De totale oppervlakte van het eiland is ongeveer 162,5 km2 en er wonen ca. 2800 inwoners, die voornamelijk van Polynesische afkomst zijn.
Het vulkanische, tot ca. 600 m hoge eiland is driehoekig van vorm, met op elke hoek een vulkaankegel. Er is veehouderij, wat akkerbouw voor eigen gebruik, en toerisme, o.a. de verkoop van houtsnijwerk. Sinds 1967 is het eiland bereikbaar voor vliegtuigen.
Het eiland is vooral bekend om de gigantisch grote stenen beelden (waarschijnlijk voorouderbeelden, door de inwoners moai genoemd) met een gemiddelde hoogte van 4-5 meter. De beelden zijn over het hele eiland verspreid en kenmerkend zijn de opvallend lange oren. Sommige beelden hebben oorspronkelijk een cilindrische hoofdbedekking van rode tufsteen gehad. Vroeger hebben veel beelden op een stenen platform (ahu genaamd) gestaan, met de rug naar zee gekeerd. De UNESCO heeft meer dan 1000 beelden en ca. 350 ahu-platforms geteld.
De kern van deze platforms, die soms een graf bevatten, is gebouwd op een manier die overeenkomt met de technieken zoals die gebruikt zijn in Cuzco (Peru): de vaak zeer grote steenblokken passen nauwkeurig en zijn zonder voegmateriaal gestapeld.
Het eiland werd op paaszondag (6 april) 1722 ontdekt en bezocht door een Hollandse expeditie onder Jacob Roggeveen, die op zoek was naar het onbekende 'Terra Australis' (Zuidland). Op 15 nov. 1770 werd het door de Spanjaard Felipe Gonzales y Haedo voor de Spaanse Kroon in bezit genomen onder de naam San Carlos. Op 9 september 1888 werd het eiland door Chili in bezit genomen en heeft toen enige tijd dienst gedaan als strafkolonie.
Landschap
Chili heeft door het relif, de geologische omstandigheden en de verschillende klimaten een gevarieerd landschap. Chili wordt uiteraard gedomineerd door het Andesgebergte of Cordillera de los Andes. Dit gebergte neemt de gehele oostgrens van het land in beslag.
Langs de oceaan ligt het kustgebergte Cordillera de la Costa, met toppen tot 3000 meter hoogte. Dit kustgebergte wordt regelmatig onderbroken door brede rivieren uit de Andes.
Tussen de twee bovengenoemde gebergtes ligt een centrale laagvlakte, de Llano Intermedio of Valle Longitudinal. In het noorden van deze vallei ligt de Atacama-woestijn en de Pampa del Tamarugal, twee droge bergachtige woestijngebieden. Het hart van de Atacama bestaat uit een 2000 km2 groot gebied, totaal zonder begroeiing. Hier liggen ook de grote zoutvlakten of salares.
In het zuiden ligt de vruchtbare centrale vallei, waar ook de meeste mensen wonen.
In het uiterste noorden gaat het Andesgebergte direct over in het kustgebergte. In het zuiden hoort een klein deel van de Argentijnse Patagonische steppe bij Chili.
In de provincies Antofagasta en Atacama ligt nog een derde bergrug, de Cordillera Domeyko. De eigenlijke, ruim 600 km lange Centrale Vallei begint bij Santiago, gaat in de provincie Valdivia over in een bosrijk merengebied en bereikt bij Puerto Mont de Grote Oceaan.
In de provincies Chilo, Aisn en Magallanes loopt de Andes uit in de Grote Oceaan. Hier heeft de ijskap de kust een sterk geleed karakter gegeven.
Ten oosten van het Andesgebergte ligt in het zuiden de Patagonische steppe of pampa. De grond is hier vrij stabiel en aardbevingen komen hier nauwelijks voor. Doordat het land hier verschillende keren daalde, is dit gebied vaak overstroomd door de zee. Zo ontstonden er dikke gesteentelagen met rijke gas- en olievoorraden. Een deel van deze steppe bestaat uit vulkanische basaltlagen, die typisch donkere tafelbergen met vlake toppen vormen.
Bijzonder is dat na de ijstijden velden vol rolstenen, de zogenaamde rodados patagnicos, achterbleven.
ANDESGEBERGTE
De Chileense of zuidelijke Andes vormt samen met de Rocky Mountains het langste gebergtesysteem op aarde, ca. 7250 km lang. De structuur van de Andes is vrij eenvoudig, met lange evenwijdige noord-zuidketens en vrijwel zonder dwarsdalen. Diepe dalen zijn wel te vinden tussen hoge bergketens of op uitgestrekte hoogvlaktes.
Doordat Chili zich aan de instabiele westrand van het Zuid-Amerikaanse continentale plateau bevindt, komen er in vooral in het midden en zuiden van het land veel aardbevingen voor. Ook liggen in dit gebied honderden vulkanen, zoals de Tronador, de Fitz Roy en de Maipo.
De Chileense Andes heeft toppen van meer dan 7000 meter en is ter hoogte van Noord-Chili meer dan 600 km breed. De hoogste piek in Chili is de Nevado Ojos del Salado (6893 m) en de hoogste vulkaan is de Llullaillaco ( 6739 m). In totaal zijn er meer dan 2000 vulkanen, waarvan bijna de helft op de een of andere manier actief is.
Van noord naar zuid is de Andes landschappelijk te verdelen in vier zones:
De noordelijke Andeshoogvlakte of Altiplano
Door de grote vulkanische activiteiten is dit gebied opgevuld met aslagen en vulkanische gesteenten. De gemiddelde hoogte bedraagt hier ca. 4000 meter. De Andes is hier op zn breedst en bezaaid met deels nog actieve vulkanen.
Centrale Andes
Dit zeer hoge gedeelte van de Andes is opgebouwd uit vulkanische gesteenten, maar kent geen actieve vulkanen meer. Zeer opvallend zijn de grote hoogteverschillen in dit gebied. Vanaf Santiago, op 500 meter hoogte, rijst het gebergte binnen 50 km steil omhoog tot de hoogste berg van Zuid-Amerika, de Aconcagua (6960 m), die trouwens net op Argentijns grondgebied ligt. Andere hoge toppen zijn de Tupungato (6800 m) en de Mercedario (6770 m).
Andes van het merengebied
De Andes is hier veel lager dan in de Centrale Andes. De Andes bestaat hier uit een door gletsjers gevormd merenlandschap en veel, vaak nog actieve vulkanen (tot 3600 meter hoog). Ook aardbevingen vinden hier af en toe aardbevingen plaats; een van de zwaarste aardbevingen ooit op aarde waargenomen vond in 1960 voor de kust van Zuid-Chili plaats.
De Andes van Patagoni en Vuurland
De Andes (tot 4000 meter hoogte) grenst hier direct aan zee met steile bergwanden en diepe fjorden. De vulkanen in de Patagonische Andes zijn niet meer erg actief. Het landschap is hier ook vooral bepaald door gletsjererosie in de vier ijstijden van het Pleistoceen.
In het oosten slepen de gletsjers grote bekkens uit: hierdoor ontstonden de grote randmeren van de Patagonische Andes, o.a. het Lago General Carrera en het Lago Argentino. De Patagonische Andes wordt nog steeds bedekt door twee grote ijskappen.
Rivieren
De aan de westzijde zeer steile Andesketen vormt de grote waterscheiding van zuidelijk Zuid-Amerika. De rivieren in Chili stromen in hoofdzaak van oost naar west. In het noorden is de Ro Loa (443 km lang) de enige rivier die een regelmatige watertoevoer heeft en de oceaan bereikt.
Meer naar het zuiden doorbreken de rivieren de Cordillera de la Costa en bereiken wel de oceaan. Irrigatie (Ro Maule en Ro Bo-Bo) en opwekking van elektriciteit zijn hier mogelijk, maar voor de scheepvaart zijn de rivieren niet van betekenis.
Andere belangrijke rivieren zijn de Ro Maipo, de Ro Aconcagua en de Ro Copiap.
Klimaat
Klimaat Chili Het klimaat van Chili wordt bepaald door het subtropische gebied van hoge luchtdruk boven de Grote Oceaan en de daarmee samenhangende Peru- of Humboldtstroom, die relatief koud water langs de kust naar het noorden voert, en door het Andesgebergte. Door de Humboldtstroom zijn de temperaturen langs de westkust van Zuid-Amerika aanzienlijk lager dan op deze geografische breedte normaal is. Het verschil met de temperaturen aan de oostkust van het continent bedraagt gemiddeld over het jaar genomen 4 tot 5 C. Daardoor wordt de lucht die naar de westkust stroomt, altijd door het onderliggende zeeoppervlak afgekoeld en daardoor sterk stabiel van opbouw, zodat zich geen buien kunnen vormen. Dit betekent dat op lage breedte geen of vrijwel geen neerslag valt.
Ten zuiden van 30 zuiderbreedte, waar zich ongeveer de as van het bovengenoemde subtropische hogedrukgebied bevindt, kunnen de depressies van gematigde breedte tot de kust van Chili doordringen en zij brengen daar neerslag, die door stuw tegen het gebergte nog wordt gentensiveerd. Vuurland is een van de natste streken ter wereld.
In het gebergte nemen de temperaturen met toenemende hoogte af, voor de gemiddelde jaartemperatuur ca. 0,5 C per 100 m. Het kustgebied in het noorden van het land heeft veel lage bewolking, terwijl verder naar het zuiden vaak mist voorkomt: gemiddeld 50 dagen per jaar in Valparaso en zelfs 90 dagen in de Golf van Peas.
De enorme lengte van Chili is verantwoordelijk voor een groot aantal klimaat zones. Van noord naar zuid zijn de volgende klimaatzone ste onderscheiden:
Woestijnklimaat
Overheerst het noorden van Chili, o.a. in de Atacamawoestijn, waar op sommige plaatsen nog nooit regen gevallen is. Aan de kust heerst een gematigd klimaat; landinwaarts komen temperaturen voor van meer dan 30C, maar s nachts kan het afkoelen tot temperaturen rond het vriespunt.
Hooggebergte-woestijnklimaat
Overheerst de Altiplano, met weinig regen (50-300 mm per jaar) en veel lagere temperaturen dan in het noorden. Gedurende het hele jaar kan nachtvorst voorkomen.
Halfwoestijnklimaat
Overheerst het Kleine Noorden, met onregelmatige regenperiodes. Dit halfwoestijnklimaat gaat op bepaalde plaatsen over in een warm steppeklimaat met regen in de wintermaanden. Dit zijn de aangenaamste gebieden om te vertoeven.
Mediterraan klimaat
Overheerst Midden-Chili tot aan de Bo Bo rivier, met eigenlijk alleen in de koele winters regenperiodes. De zomers zijn warm en droog en achter het kustgebergte bij de hoofdstad Santiago kan de temperatuur boven de 35C uitkomen.
Gematigd regenklimaat
Overheerst in de Araucana en het merengebied, en is een overgangsgebied tussen een mediterraan en een gematigd klimaat. Alleen de zomermaanden zijn droog, de rest van het jaar regent het vrij veel. De gemiddelde temperatuur in december bedraagt een aangename 23C.
Maritiem klimaat
Overheerst op de eilanden langs de kust en een zone vlak langs de kust. Zeewinden duwen vochtige oceaanlucht tegen de bergen omhoog, waardoor er het hel jaar door grote hoeveelheden neerslag vallen, van 2000 tot 5000 mm per jaar.
Hooggebergteklimaat
Overheerst de Patagonische Andes, met veel stormen en sneeuw. Richting Vuurland daalt de sneeuwgrens naar 800 meter!
Continentaal steppeklimaat
Overheerst op de Patagonische vlaktes, met droge zomers en een jaarlijkse neerslag van 200-500 mm. De gemiddelde jaartemperatuur bedraagt slechts 6-10C.
Op Paaseiland heerst een subtropisch klimaat met het hele jaar door regen (ca. 1150 mm), en een gemiddelde jaartemperatuur van iets meer dan 20C.
De Juan Fernandez-eilanden hebben een mediterraan klimaat met vooral in de winter regen (ca. 900 mm op jaarbasis), en een gemiddelde jaartemperatuur van 14C.
Planten en dieren
Planten
Chanar Chili Door de klimatologische en geologische omstandigheden kent Chili geen tropische flora. De vrij gesoleerde ligging zorgt ervoor dat er veel soorten voorkomen die nergens anders te vinden zijn, met name langs de woestijnkust en in de gematigde regenwouden.
Van noord naar zuid verandert de flora, door afname van de temperatuur en de toename van de hoeveelheid regen, dramatisch. In het noorden vrijwel kale woestijnen, op de hoogte van Santiago mediterraan struikgewas en verder naar het zuiden altijdgroene regenwouden. In het uiterste zuiden vinden we toendrabegroeiing en op het arctische schiereiland alleen nog maar sneeuw en ijs.
Van oost naar west is de verandering van begroeiing nog spectaculairder. Op een afstand van 50-100 km verandert de begroeiing van altijdgroen regenwoud, via bladverliezend loofbos naar droge, zeer flora-arme halfwoestijn.
Korte beschrijving van de verschillende ecosystemen in Chili:
Atacamawoestijn
Met name aan de randen van de woestijn hebben de planten zich aangepast aan de zeer moeilijke omstandigheden. Kleine oases midden in de woestijn met zoutminnende doornstruiken en bomen, worden tamarugales genoemd. De bomen staan ver uit elkaar, o.a. de doornige tamarugoboom en de chaar-struik. Waar veel nevel binnendrijft zijn nevelbossen ontstaan. De vegetatie die hier ontstaat wordt loma-vegetatie genoemd, met o.a. verschillende soorten cactussen, korstmossen, doornstruiken en tillantia-soorten, planten vrijwel zonder wortels die hun water met hun bladeren uit de lucht filteren. De overgangszone van de Atacamawoestijn naar de Altiplano wordt gekenmerkt door de kandelaarcactus en de zuilcactus.
Altiplano-hooglandsteppe
Op de droge grassteppen of pampas groeit vooral tola en paja brava, twee harde grassoorten.
Bofedales zijn natte gebieden in het noorden, waar tussen 4000 en 5000 meter hoogte sommige rotsen bedekt zijn met azorella-kussens. Ze worden ook wel yaretas of llaretales genoemd. Deze zeer compacte planten werden vroeger als brandhout gebruikt en komen niet zo veel meer voor. Ook de enige boomsoort van de Altiplano, de Queoa, is vrij zeldzaam geworden.
Halfwoestijnen
De halfwoestijnen van het Kleine Noorden zijn al veel dichter begroeid met cactussen en doornstruiken. Verder groeien hier ook bromelias of puyas, kruiden en grassen. Als het veel regent verandert de woestijn in een bloemenzee, die enkele weken duurt. In het Parque Nacional Fray Jorge is een zeldzaam loma-nevelwoud ontstaan, met boomsoorten die verder alleen in Zuid-Chili voorkomen.
Mediterrane bossen
Het oorspronkelijke loofbos in Centraal-Chili is teruggebracht tot een paar resten in het kustgebergte en in de Andesdalen. Die bestaan vooral uit een acaciasoort en uitgestrekte gebieden met hoog struikgewas en cactussen. Daartussen groeien mooie euforbias en bromelias. De andere bossen hier bestaan uit de inheemse soorten quillay (soort kurkeik), naiten, radal, boldo en peumo, vooral ten oosten van Valparaso. Bijzonder in deze regio ook de bossen van Chileense palmen, een beschermde soort waarvan nog maar ca. 200.000 exemplaren over zijn. Uit de stam kan sap gehaald worden dat tot siroop wordt geconcentreerd.
Zuid-Chileense bossen
Lapageria Chili De zeer vochtige zone langs de oceaankust bestaat uit gematigde regenwouden met een structuur van drie lagen. Allereerst een hoge boomlaag met beukensoorten als tepa, canelo, maio, tineo, roble en coige en naaldbomen in de zeer drassige en bergachtige delen van het regenwoud.
Hieronder volgt een lage boom- en struikenlaag met boomsoorten als arrayn en fuinque. Aan de takken van deze bomenhangen lianen, bromelias, varens, mossen en korstmossen. Opvallend zijn de grote boomvarens, de baardmossen en op sommige plekken grote velden met quila-bamboesoorten. Een andere bijzondere verschijning uit het regenwoud is de nalca, een reuzenrabarber die door de Chilenen wordt gegeten. Een van de meest opvallende planten is de Lapageria rosea of copihue uit de leliefamilie, met grote rode klokken, en wordt beschouwd als de nationale bloem van Chili.
De bodem van het bos is bedekt met decimeters dik laag van bladeren, mossen en levermossen. In deze bossen groeien honderden soorten mossen, op Vuurland zelfs meer dan 400 soorten. In de zuidelijke regenwoudzone onderscheidt men de Valdiviaanse regenwouden en de zuidelijkste bossen op aarde zijn de Magellaense regenwouden. Op de eilanden in deze regio is geen bomengroei meer mogelijk door het barre klimaat, hier vinden we alleen nog maar heide en moerasgebieden.
Op een hoogte van 1000-1500 meter en aan de oostkant van de Andes komen bossen met bladverliezende loofbomen voor, onder andere lenga en irre. In deze lenga-bossen groeit ook de mooie nothro, een struik met een vuurrode kleur. Boven de scherpe boomgrens komen plotseling geen bomen meer voor, door het klimaat ligt die boomgrens op Vuurland al op 500 meter.
Hoog in de Andes van het Chileens-Argentijnse merengebied komen alerce- en araucaria-naaldbossen voor. De araucaria (slangenden) is een 40 tot 50 meter hoge boom met een palmachtige stam en een schermachtige takkenkroon. De Chilenen spreken van paraplubomen of Los Paraguas. Zeker 200 miljoen jaren geleden groeiden deze bomen hier al en ze kwamen toen over de hele wereld voor. Bomen met een leeftijd van meer dan 2000 jaar zijn, doordat ze zeer langzaam groeien, geen uitzondering. Deze bijzondere boom heeft in geheel Chili een beschermde status.
De alerce is verwant aan de gigantische sequoias van Noord-Amerika. Ook deze bomen kunnen 50 meter hoog worden en een ouderdom bereiken van meer dan 4000 jaar. Ze behoren daarmee tot de oudste levende wezens op aarde. Ze leven vooral op steile hellingen in het hooggebergte, in laaglandmoerassen en in gesoleerde bossen in het Valdiviaamse regenwoud. Hoeveel van deze bomen er nog zijn is niet bekend.
Patagonische steppe
Op de plateaus aan de oostkant van het Andesgebergte ontbreken bomen volledig. De begroeiing bestaat hier uit grassen en stekelige struiken zoals de calafate. Na zware regenbuien bloeien op de steppe vele eenjarige bolgewassen.
Zuidelijke eilanden
Op de buitenste eilanden langs de kust van Chileens Patagoni en Vuurland eveneens een boomloze vegetatie, met vooral heide en veenplanten, de zogenaamde Tundra Magallanica.
Dieren
Vicuna's Chili Door het klimaat, landschap en vegetatie zijn de factoren die een zeer gevarieerde dierenwereld opleveren. Door de gesoleerde ligging hebben veel ecosystemen en geheel eigen fauna ontwikkeld met veel endemische soorten, met name langs de westkust van het land. Ongebreidelde jachtpraktijken, slecht nagekomen natuurbeschermingswetten en een zich uitbreidende bevolking zijn grote bedreigingen voor de fauna van Chili.
Korte beschrijving van het dierenleven in de verschillende ecosystemen van Chili:
Atacamawoestijn
In een groot gedeelte van de Atacamawoestijn ontbreekt het dierenleven volledig; alleen aan de randen van de woestijn leven wat dieren, padden, kikkers bij de zeldzame plekken waar water is, en verder schildpadden, kleine hagedissen en wat slangensoorten. De meeste dieren leven aan de woestijnkust. Op de grens van cactus-rotswoestijn en de hooglandsteppe zijn de kloofdalen het domein van mooie vogels als de pitspecht en de incavogel.
Altiplano
Op de Chileense Altiplano leven grote aantallen wilde vicuas in de bofedales, de natte graslanden. In de lagere delen leeft de wilde guanaco nog. Op de droge hooglandsteppe leven onder andere het zeer zeldzame hertensoort huemul, poemas, vossen, vizcachass en ca. 130 vogelsoorten.
Meest opvallende vogelsoorten zijn de nandoe, een struisvogelachtige, arenden, condors, en vele duizenden flamingos, onder andere de Chileense flamingo, Jamesflamingo en de Andes flamingo. Weide- en watervogels zijn de reuzenkoeten, punakievit en verschillende eendensoorten.
In het noorden komt in de Andes nog de brilbeer voor, de enige berensoort in Zuid-Amerika. Wolmuizen, familie van de chinchilla, komen tot 4000 m hoogte voor. Tandarme dieren zijn onder meer de kleine gordelmuis of schildmol.
Bosdieren
Het Zuid-Chileense bos kent weinig vogelsoorten door een gebrek aan insecten. Behalve poemas komen er geen gevaarlijke dieren voor. Een van de weinige andere roofdieren is de schuwe vos.
Opmerkelijk is de zeldzame poedoe, een dwerghert met een onvertakt gewei, dat zich ophoudt in de dichte ondergroei. Verder nog de huemul, ook een zeldzame hertensoort.
Algemeen voorkomend is de Patagonische specht, met een diepzwart verenkleed en een mannetje met een felrode kop. Bijzondere vogels zijn ook de Austral-parkiet, de zeer zeldzame Trichue-papegaai en de Picaflor austral, de meest zuidelijk voorkomende kolibrie. s Nachts worden er veel uilen en vleermuizen actief. In drassige gebieden en langs rivieren leeft de schitterende bandrria, een geelbruine ibis. In bergbeken leeft de zeldzame torrent duck of pato de los torrentes, een mooi gekleurde eend.
Patagonische steppe
De bekendste dieren van de Patagonische steppe zijn de armadillo, een gordeldier, en de mara of Patagonische haas. De guanaco is een lamasoort, die leeft in groepjes 10 tot 30 dieren. Een indrukwekkende verschijning is ook de nandoe, de Zuid-Amerikaanse struisvogel. De ferret, Patagonische vos, Vuurlandse vos en poema jagen op de nandoe en de guanaco.
Op de steppe leven wel veel vogels. Een mooie loopvogel is de tinamou of martinetta en in de buurt van meren en plassen leven o.a. bandrria, hooglandgans, zwartnekzwaan, coscorobazwaan en de Chileense flamingo. Op de kleine dieren jaren, uilen, valken en arenden, o.a. de carancho. De steppe kent ook de nodige aaseters, zoals de condor, de chimango, de carara en de Turkse gier.
Andes-hooggebergteCondor Chili Bekende verschijningen in het hooggebergte zijn de vizcacha, een knaagdier, en de condor. De condor is de grootste roofvogel op aarde, met een maximale spanwijdte van 3.20 meter. De vogel wordt nog steeds door de indianen vereerd en de nationale vogel van Chili.
Kusten en zeen
In de planktonrijke koude zeestromen die langs de Chileense kust stromen, komen veel dieren voor. Op de eilandjes leven veel zogenaamde guano-vogels, die waardevolle mest produceren. De belangrijkste guano-vogels zijn aalscholver, jan-van-gent en bruine pelikaan.
Op de open zeen in het zuiden leven de stormvogels en de albatrossen. De Royal albatros is de grootste vogel ter wereld met een maximale spanwijdte van 3,5 meter.
Aan de kusten van Chili leven zeven soorten pinguns, waarvan zes in Patagoni en Vuurland, de rockhopper-pingun, de keelbandpingun, de macaronipingun, de gentoopingun, de koningspingun en de Magelhaen-pingun. De Humboldt-pingun leeft op enkele eilandjes in het noordelijk kustgebied.
In de oceanen rond Antarctica leven ongeveer 20 soorten walvissen (o.a. blauwe vinvis en orka) en negen soorten dolfijnen. Verder de zeeolifant, de zuidelijke zeeleeuw en de zuidelijke zeehond. Zeldzaam is de zeeotter of chungungo. |