Extra informatie over Ecuador
Algemeen
Ctopaxi Krater Ecuador (officieel: Repblica del Ecuador) is een republiek in het noordwesten van Zuid-Amerika, 272.045 km2 (inclusief de Galpagoseilanden) groot en tevens het meest westelijk gelegen land van Zuid-Amerika en het kleinste Andes-land. Doordat Ecuador en Peru beiden een groot stuk jungle opeisen is de oppervlakte niet exact vast te stellen. Ecuador is ongeveer zeven maal zo groot als Nederland. Het land dankt zijn naam aan de ligging rond de evenaar of equator. De evenaar loopt net ten noorden van de hoofdstad Quito die op een hoogte van 2850 meter ligt en daarmee na La Paz in Bolivia de op een na hoogst gelegen hoofdstad ter wereld is.
In het zuiden en oosten wordt Ecuador begrenst door Peru (1420 km) en in het noordoosten door Colombia (590 km). Tot Ecuador behoren ook de Galpagoseilanden, een groep van dertien grote en vele tientallen kleinere eilanden. Deze archipel ligt ongeveer 1000 km uit de kust in de Grote Oceaan en ter hoogte van de evenaar.
Ecuador heeft op het vasteland grofweg drie landschappen terwijl de Galpagoseilanden als een apart landschap beschouwd kan worden. Behalve dat de landschappen sterk verschillen, is dat eveneens zo met het klimaat, de planten- en dierenwereld, de inwoners en de economie.
De Costa is de 20 tot 150 km brede, alluviale kustvlakte met in het zuiden het stroombekken van de Ro Guayas, de grootste rivier in het kustgebied die in het westen wordt afgesloten door een zandsteenplateau (tot 300 m hoog) met een klifkust. Aan de kust liggen enkele heuvels die maximaal 800 meter hoog zijn. Uitgestrekte bossen en plantages gaan richting Peru geleidelijk over in een smalle woestijnstrook die tot ver in Chili doorloopt. De belangrijkste rivier in het noorden is de Ro Esmeraldas.
De Sierra is in feite het hoogland van het Andesgebergte dat gevormd wordt door twee parallel lopende ketens van de Andes, de Cordillera Occidental en de Cordillera Oriental. Deze cordillera's zijn verbonden door hoge drempels (nudos), waar tussenin op ca. 3000 meter hoogte een aantal grote kommen (hoyas) liggen. De noordelijke bekkens wateren af op de Grote Oceaan en de zuidelijke bekkens op de Amazone.
Ecuador heeft een aantal hoge (vulkanische) bergen, waaronder de niet meer actieve Chimborazo(6267 meter), de hoogste berg van Ecuador met een permanente ijskap, en de Cotopaxi (5897 meter), de hoogste actieve vulkaan ter wereld. Andere hoge toppen zijn de Cayambe (5790 meter) en de Antisana (5703 meter). De meeste van deze bergtoppen zijn bedekt met gigantische gletsjers. Aardbevingen komen veelvuldig voor, in het gehele Andesgebied gaat het om tientallen per jaar. Deze aardbevingen zijn het gevolg van de breuk in de aardkorst die langs de westkust van Zuid-Amerika loopt. Op veel plaatsen stroomt het water van warmwaterbronnen van de berghellingen.
De Oriente is een naar het oosten afdalend tropisch junglegebied (la selva), met afwatering via de Ro Putumayo, Ro Napo (855 km), Ro Curaray en Ro Pastaza naar het Amazonegebied (de Amazone zelf stroomt niet door Ecuador). Deze "groene long" wordt ernstig bedreigd door het bijna ongeremde kappen van de jungle. De west- en noordwestkust worden door strandliefhebbers ontdekt als tropische vakantiebestemming. De hoogste waterval van het land is de San Rafael waterval (145 meter) in de rivier de Quijos.
Galpagoseilanden
Geografie
Galapagos Eilanden Galpagoseilanden (letterlijk vertaald: Schildpaddeneilanden; officieel: Archipilago de Coln), is een provincie van Ecuador en bestaat uit dertien grote en meer dan veertig kleine eilanden, waarvan er vijf bewoond worden. De archipel ligt 970 km ten westen van de kust van Ecuador in de Grote Oceaan. Costa Rica ligt 1100 km ten noordoosten van de archipel. De totale landoppervlakte bedraagt ca. 7800 km2 en de gehele archipel strekt zich uit over een gebied van ongeveer 60.000 km2. Het grootste eiland is Isabela (vroeger: Albemarle; 50% van de totale provincie).
De eilanden zijn van vulkanische oorsprong en honderden vulkanen bepalen dan ook het landschap. De oudste toppen zijn 4-5 miljoen jaar oud en het gebied is een van de meest actieve vulkanische gebieden ter wereld. Op de eilanden Isabela, Fernandina en Marchena komen nog regelmatig erupties voor, de laatste die van de vulkaan La Cumbre op het eiland Fernandina in 1995 en de Cerro Azul op Isabela in oktober 1998. De eilanden zijn nooit met het vasteland verbonden geweest en daardoor kon er in biologisch opzicht een uniek gebied ontstaan.
De kuststreken van de eilanden zijn vaak woestijn- of steppeachtig. Alleen op de hoogste delen van de hellingen van de vulkanen vindt men tropisch bos. In 1959 is de archipel tot nationaal park uitgeroepen.
Het hoogste punt is de Cerro Azul op het eiland Isabela en meet 1689 meter. Gemeten vanaf de zeebodem is de vulkaan ca. 4500 meter hoog. Op het eiland San Cristbal ligt de hoofdstad Puerto Baquerizo Moreno waar ongeveer de helft van de bevolking woont.
De bewoners van de Galpagoseilanden leven van de verbouw van suikerriet, katoen, groenten en vruchten en verder van de visserij en veeteelt en natuurlijk van het toerisme.
Klimaat
De eilanden liggen op de evenaar maar er doen zich toch grote seizoensverschillen voor door met name de invloed van de zeestromingen. Van juni tot december waait het vaak hard en komt de temperatuur niet veel hoger dan 18 en 20C. Van januari tot mei liggen de temperaturen tussen de 24 en 28 C met regelmatig tropische stortbuien. Veel neerslag valt er in september en oktober.
Planten en dieren
De plantenwereld is vergeleken met de dierenwereld vrij eentonig, maar wel heel bijzonder. Ongeveer de helft van de 350 oorspronkelijk voorkomende soorten is endemisch. Het relatief kleine aantal soorten komt door de droogte op de eilanden en de onvruchtbare bodem.
Op de zuidhellingen van de bergen komt een regenwoud voor met o.a. talrijke houtige composieten. Enkele karakteristiek planten zijn de adelaarsvaren, de miconia en de scalesia. De scalesia is de Darwinvink van de planten. Ze variren van struikjes tot metershoge bomen, maar stammen af van n soort. Aan de kust groeien bijzondere cactusachtige gewassen als Euphorbia viminea en Opuntia galapagensis en vormen daar soms gigantische schijfcactuswouden. De metershoge candelabra-cactus is opvallend door zijn grote buisachtige bladeren. Aan de kust vinden we verder onder andere verschillende soorten mangrove: zwarte, witte, rode en knoopmangrove.
Een andere opvallende plant is de "palo santo", waarvan het hout een opvallende geur verspreid, die als wierook naar het vasteland van Ecuador gexporteerd wordt. De lavacactus groeit op pure lava.
Opmerkelijk is dat er geen palmbomen op de eilanden voorkomen, dit in tegenstelling tot alle andere eilanden in de Grote Oceaan. In het binnenland, waar het wat vochtiger is, wordt het landschap gekarakteriseerd door uitgestrekte savannen. Hier groeit bijvoorbeeld de "lechesos", een 10 meter hoge soort zonnebloem. Bloemen hebben alleen een witte of gele kleur. De jongere eilanden zijn vrijwel onbegroeid.
Beagle De dierenwereld van de Galpagoseilanden is wetenschappelijk bijzonder belangrijk: er komen naast elkaar antarctische vormen (pinguns) en tropische elementen voor. Er zijn vele endemische soorten d.w.z. die alleen op de Galpagoseilanden voorkomen; dit geldt vooral voor de broedvogels (76 soorten van de 89) en de reptielen.
De bestudering van deze dierenwereld leverde mede de grondslag voor de evolutietheorie van Charles Robert Darwin, die in 1835 de eilanden bezocht tijdens zijn legendarische reis met de Beagle. Hij constateerde ook dat diersoorten onder druk van het milieu veranderen en daardoor ontstaan er op den duur ook nieuwe soorten. Verder zijn de eilanden beroemd door het voorkomen van nauw met elkaar verwante ondersoorten op de verschillende eilanden. Opmerkelijk is dat de dieren op de eilanden van nature tam zijn door het ontbreken van natuurlijke vijanden.
Verwilderde huisdieren, vnl. geiten, varkens, honden, katten en ratten hebben de oorspronkelijke dieren- (en planten)wereld voor een belangrijk deel teruggedrongen en hier en daar bepaalde vormen al weggeconcurreerd. Men doet een redelijke geslaagde poging om dit gevaar voor de oorspronkelijke dierenwereld in te dammen.
Vogels
Aalscholver De aalscholver kan overal ter wereld vliegen, behalve op de Galpagoseilanden. De lopende aalscholver heeft te kleine vleugels om nog te kunnen vliegen. Ze zijn alleen te vinden langs de kusten van de eilanden Fernandina en Isabela.
De grootste zeevogel van de Galpagoseilanden is de albatros met een spanwijdte van bijna 2,5 meter. Van januari tot maart leven ze vrijwel de gehele tijd op zee. De rest van het jaar leven ze vrijwel met zijn allen op het eiland Espaola.
De grote roze flamingo's leven in grote groepen en kunnen 120 cm groot worden met een vleugelwijdte van meer dan 1,5 meter. De flamingo is in tegenstelling tot de andere dieren niet tam en men denkt dat dit komt doordat ze nog niet zo lang op de eilanden aanwezig zijn.
De grote en kleine fregatvogel zijn opmerkelijk genoeg bijna even groot! Deze viseter kan niet onder water duiken en steelt zijn prooi vaak van andere vogels. De beste plaats om deze vogel te zien is Seymour, een rots voor de kust van Baltra.
De mooie blauwvoetige jan-van-gent en de roodvoetige en gemaskerde jan-van-gent leven in kleine groepen bij elkaar. De gemaskerde is de grootste soort en de roodvoetige de kleinste. Bijzonder is dat de vrouwtjes een ei tussen de vliezen kunnen meenemen naar een andere plek. Op het eiland Genovesa leeft een kolonie roodvoetigen van naar schatting 300.000 vogels. De blauwvoetige broedt met name op het kleine eiland Daphne Major.
De Galpagos-pingun is de meest noordelijk voorkomende soort pingun. Het is een van de kleinste soorten en vaak niet groter dan 50 cm. Broedplaatsen zijn vaak te vinden op de eilanden Isabela en Fernandina.
De meest voorkomende vogels zijn de beroemde Darwin-vinken. Dertien soorten zijn er die waarschijnlijk allemaal van n soort afstammen. De bestudering van deze vogels leidde o.a. tot de evolutietheorie van Darwin. Hij kwam erachter dat via natuurlijke selectie de vogels zich kunnen evolueren in een richting die de beste kans tot overleving biedt. Ook de vier soorten spotvogels stammen waarschijnlijk af van n voorouder.
In de hooglanden komt de rode vliegenvanger voor. Deze kleine vogel maakt in de lucht potsierlijke bewegingen. Een andere soort is de Galpagos- vliegenvanger.
Andere vogels die veel voorkomen zijn uilen, keerkringvogels, meeuwen (endemisch zijn de zwaluwstaartmeeuw en de lavameeuw), reigers (o.a. grote blauwe reiger, lavareiger en nachtreiger) en pelikanen. Endemische soorten zijn de Galpagos-havik (eigenlijk een buizerd!) en de Galpagos-duif.
Reptielen
Zeeleguaan De leguanen of iguana's zien er prehistorisch uit. De zeeleguaan is de enige ter wereld die lang onder water kan blijven, sommigen meer dan een uur. Ze voeden zich voornamelijk met zeewier en leven voornamelijk bij Punta Surez op het eiland Espaola. Op Isabela, Fernandina, Santa Cruz en Santa F komen twee soorten met uitsterven bedreigde landleguanen voor die meer dan 1,5 meter groot kunnen worden. Ze kunnen ongeveer 60 jaar oud worden.
Ook de endemische reuzenschildpad wordt met uitsterven bedreigd door de eeuwenlange jacht op het dier. De eilanden zijn naar deze dieren vernoemd. Er leven nog ongeveer 15.000 dieren, waarvan de meeste in reservaten. Er hebben veertien subsoorten bestaan waarvan er inmiddels al drie zijn uitgestorven. Ze kunnen 250 kilo wegen en tot 1,5 meter hoog worden. De maximale leeftijd schat men op ca. 150 jaar. De groene Pacific-zeeschildpad is een van de vier soorten zeeschildpadden die op de Galpagoseilanden voorkomen. Ze zijn kleiner dan hun landgenoten, maar kunnen toch nog wel 150 kilo wegen. Andere soorten die soms te zien zijn: de lederschildpad en de onechte karetschildpad.
Op de eilanden komen drie soorten van het geslacht Dromicus voor. Het zijn wurgslangen die ca. 1 meter lang kunnen worden. Andere reptielen zijn gekko's, en lavahagedissen.
Zoogdieren
De Galpagos-pelsrob lijkt heel veel op de zeeleeuw, maar is veel kleiner. De pelsrob leeft vooral op het eiland Santiago. De ca. 50.000 zeeleeuwen leven verspreid over bijna alle eilanden. Ze kunnen een gewicht van 250 kilo bereiken.
Er leven zeven soorten walvissen rondom de Galpagos eilanden, o.a. potvissen, vinvissen en orka's. Dolfijnen komen in groten getale voor, met name de gewone dolfijn en de flessenneusdolfijn. Naast enkele soorten Galpagosratten komt er slechts n vleermuissoort voor.
Schaaldieren en vissen
Sally Lightfoot Crab Bijzonder opvallend zijn de rood/oranje Sally Lightfoot-krabben die mooi afsteken tegen het zwarte lavazand. Verder octopussen, zeepokken, kreeften en zee-egels.
De meest opvallende vissen zij de roggen. De grootste is de manta met een spanwijdte van wel zes meter. Andere soorten zijn de gevlekte adelaarsrog en de gouden rog die soms in imposante scholen rondzwemmen. De stekelrog kan verwondingen veroorzaken als je erop trapt.
Haaien komen in veel soorten voor rond de eilanden. De hamerhaai is de meest opvallende verschijning die tot vijf meter lang kan worden. Andere soorten zijn de Galpagoshaai en de witpuntrifhaai.
Verder kent de natuur onder water vele tropische vissen en grote hoeveelheden koraal, waaronder het zeldzame zwarte koraal. Een willekeurige opsomming: meterslange tonijnen, stekelbaarsjes, zeebaarzen, zeepaardjes, papegaaivissen, egelvissen, geelstaartchirurgijnvissen en witbandkoningsvissen.
Geschiedenis
Darwin De Galpagoseilanden werden bij toeval op 10 maart 1535 ontdekt door de Spanjaard Toms de Berlanga, bisschop van Panama. Uit gevonden potscherven kan afgeleid worden dat er al veel eerder mensen op de eilanden zijn geweest. Door de beschrijving van Berlanga noemde Abraham Ortelius de archipel in zijn Theatrum orbis terrarum (1570) Insulae de los Galopegos; de Spanjaarden noemden ze Las Encantadas, (betoverde eilanden), omdat zij geloofden dat ze op de golven dreven.
De eilanden werden na het bezoek van Berlanga lange tijd niet meer bezocht, behalve door wat piraten en deserteurs. De eilanden werden door deze lieden voornamelijk gebruikt als voedselbron; met honderden tegelijk werden de schildpadden in de schepen geladen. Na de piraten kwamen de walvisvaarders en de zeeleeuwjagers die de dieren jaagden voor hun huiden en dierlijke vetten. Grote schade aan de natuurlijke omgeving werd aangebracht door de dieren die de Europeanen meenamen zoals geiten, honden, ratten en andere huisdieren.
In 1807 "vestigde" de Ierse banneling Patrick Watkins zich als de eerste mens op een van de eilanden. In 1812 werd de archipel door een Amerikaanse kapitein voor de Verenigde Staten in bezit genomen, maar na zijn terugkomst werd de inbezitneming door de Amerikaanse regering ongeldig verklaard. Op 12 februari 1832 werd de nog steeds onbewoonde groep door Ecuador officieel geannexeerd. Daarna werd door generaal Jos Villamil op het eiland Charles een kolonie gesticht, die naar Flores, de toenmalige president van de republiek, La Floreana werd genoemd. Al snel werd het een strafkolonie voor politieke gevangenen en misdadigers, een status die zo bleef tot 1958. Villamil werd opgevolgd door Jos Williams die zijn gezag met zeer harde hand uitvoerde.
In 1835 arriveerde Charles Darwin met het schip de Beagle op de eilanden.Naar aanleiding van zijn bevindingen schreef hij het boek "On the origin of species by means of natural selection or the preservation of favoured races in the struggle of life". Dit boek, waarin hij zijn evolutietheorie onthulde, ontketende een sociale en wetenschappelijke storm. Door de opening van het Panamakanaal (1914) werden de eilanden een strategisch punt van betekenis.
Van 1942 tot 1946 was op South Seymour een militair steunpunt gevestigd van de Verenigde Staten. In 1924 vestigde zich een nieuwe golf kolonisten op de eilanden die echter een harde en arme toekomst tegemoet gingen. In 1959 werd ter gelegenheid van het eeuwfeest van de publicatie van Darwins Origin of Species door de overheid met steun van UNESCO een biologisch onderzoekscentrum opgezet op het eiland Santa Cruz. In september 1995 bezette de gouverneur van de Galpagoseilanden, Eduardo Veliz, samen met de plaatselijke bevolking het nationale park en het Charles Darwin Research Station. Ze eisten meer controle op de inkomsten uit het toerisme en wilde er ook zelf meer van profiteren. De heftige protesten duurden twee weken waarna in Quito een overeenkomst gesloten werd.
Klimaat
Gevolgen El Nino De grote verschillen in landschappen hebben een grote invloed op het klimaat van Ecuador. Ook de temperatuur van het zeewater, zeestromingen en de afstand tot de oceaan zijn van invloed op het klimaat. Toch kent men in Ecuador geen echte zomer of winter. Meestal wordt de droge periode zomer en de natte periode winter genoemd. Door de variatie in hoogte en natuurlijke kenmerken kunnen binnen een klein gebied een aantal microklimaten voorkomen met een zeer verschillende temperaturen, neerslaghoeveelheden en begroeiing.
De kust heeft het gehele jaar door een vochtig, warm tropisch klimaat. De gemiddelde temperatuur bedraagt overdag ca. 30C maar van mei tot december is het aan de noordkust een stuk aangenamer door de koude Humboldt-golfstroom. In de nachten koelt het maar weinig af. Dichter bij de grens met Peru wordt de invloed van de Humboldt-golfstroom steeds sterker merkbaar. De kust van Ecuador heeft ook regelmatig te lijden van "El Nio", een periodieke warme zeestroming in de Grote Oceaan. De temperaturen lopen dan zeer hoog op en zware regenval zorgt voor overstromingen en landverschuivingen. Het noordelijke kustgebied heeft een dubbel regenseizoen met ca. 2000 mm neerslag per jaar. Naar het zuiden toe wordt de neerslag steeds minder en nabij de grens met Peru heerst zelfs een woestijnklimaat met soms maar 100 mm neerslag in n jaar.
In het Andesgebied komen grote verschillen in klimaat voor. Van juli tot september is het zonnig en droog en de regentijd duurt van oktober tot mei met een gemiddelde jaarlijkse neerslag van 1520 mm. Rond kerstmis is er bijna altijd een korte droge periode! Afhankelijk van de hoogte valt er tussen de 500 en 2000 mm per jaar. De temperaturen zijn ook sterk afhankelijk van de hoogte. Zo kan het kwik 's nachts tot onder het vriespunt dalen. De temperatuur in de bekkens tussen de bergen schommelt relatief weinig tussen 7 en 20C. De hooggelegen hoofdstad Quito, die op minder dan 25 km van de evenaar ligt, kent een "eeuwigdurende lente", hoewel de nachten er vaak zeer koud zijn. Dit betekent dat de temperatuurverschillen in de zomer en winter minder verschillen dan de verschillen die op n dag optreden. Boven de 4800 meter hoogte heerst een hooggebergteklimaat.
Op de oostelijke hellingen van de Andes en in het Amazone-bekken is het het hele jaar door vochtig en warm met temperaturen boven de 25C. De meeste regen, 3000-4000 mm per jaar, valt in de maanden april tot en met juni en dan meestal in de vorm van hevige, korte tropische buien. In augustus en in de periode december tot maart valt de minste regen.
Planten en dieren
Door de verschillende klimaatzones zij er ook grote verschillen in de planten- en dierenwereld. Zo heeft Ecuador ca. 25.000 soorten planten en bloemen, terwijl geheel Noord-Amerika "maar" 17.000 soorten heeft. En nog elk jaar worden er nieuwe soorten ontdekt. Verder zijn er ca. 1500 soorten vogels geteld, twee keer zoveel als in Noord-Amerika, Europa of Australi. Het is zeer waarschijnlijk dat er in de Ecuadoraanse jungle vogels leven die nog nooit door een mens gezien zijn.
Het tropisch regenwoud is verdeeld over twee gebieden, ten oosten van de Andes en in het noordelijke kustgebied. Het regenwoud is beroemd om zijn soortenrijkdom en op n hectare groeien bijvoorbeeld meer dan 300 verschillende boomsoorten. Het regenwoud bestaat voor 90% uit "terra firma" waarvan de ondergrond altijd praktisch droog blijft en er daardoor bijna geen lage begroeiing voorkomt. De bomen die bijna allemaal een lengte hebben van 30- 40 meter zijn vaak honderden jaren oud; het dak van kruinen zorgt ervoor dat er bijna geen zonlicht tot de bodem doordringt. Veel voorkomende boomsoorten zijn palmen en laurieren. Er zijn ook terra firmawouden met een ondoordringbare lage begroeiing. Dit zijn ontgonnen stukken land waar pas in een later stadium weer bomen groeiden.
Rubberboom
Het regenwoud bestaat verder voor ca. 10% uit vloedbossen of igap-woud. Deze wouden staan na overstromingen gemiddeld vier tot zeven maanden onder water, soms wel elf maanden. Typerend voor de bomen in de vloedbossen zijn de luchtwortels die uit de stammen groeien en de waterafstotende laag op de bladeren. Daardoor overleven de bomen de tijd dat ze onder water staan. De rubberboom, vroeger van groot economisch belang, groeit nu allen nog in de vloedbossen. Op de grens van de vloedbossen en de terra firma groeien de giganten van het regenwoud, de kapokbomen met hun reusachtige steunwortels. De takken van de kruin kunnen bijna twintig meter lang worden. Als het water weggetrokken is verschijnen er op de bodem in korte tijd vele soorten varens, struiken, orchideen, bromelia's en vele andere sierplanten.
Poema
Bekende zoogdieren uit de regenwouden zijn o.a. jaguar, ocelot, poema, gordeldier, agouti, luiaard, pekarizwijn, tapir en de zeldzame zoetwaterdolfijn. Verder vele soorten apen zoals brulapen, slingerapen, wolapen, capucijner apen`en zijdeaapjes. Vele ara-soorten, kolibries en toekans zijn normale verschijningen. Opvallende verschijningen zijn de drietenige en tweetenige luiaard. Zeldzaam is de harpij-arend. Watervogels als roerdompen, ibissen ooievaars en een enorme vareteit aan reigers zijn ook bekende verschijningen. De amioema is een soort gans die wel 1 meter groot kan worden.
Reptielen zijn vaak niet zichtbaar maar wel volop aanwezig: o.a. zwarte kaaiman met een lengte van 5-6 meter, de brilkaaiman, schildpadden en hagedissen. De boa constrictor en de indrukwekkende anaconda (tot negen meter lang) zijn gevaarlijke wurgslangen. De fer-de-lance of lanspuntslang is zeer giftig. De felkleurige pijlgifkikkers zijn bekend vanwege het gif dat gebruikt wordt door de indianen voor hun blaaspijlen.
Van de talloze insecten zijn de vlinders (ca. 4500 soorten) de mooiste: de felblauwe morpho heeft vleugels met een spanwijdte van 18 cm. De vogelspin doodt haar prooi met gif, maar is de enige gevaarlijke spin in de Ecuadoraanse jungle. Een bijzonder schouwspel vormen de enorme colonnes bladsnijdende parasolmieren waarvan de vrouwtjes constant met een stuk blad naar het nest lopen. Metershoge termietenheuvels herbergen termietenstaten met een koning, koningin, werkers en soldaten. Muggen zijn voor de mens zeer lastige diertjes, en de malariamug kan zeer gevaarlijk voor de mens zijn.
Onderzoek heeft uitgewezen dat er op vijf verschillende plaatsen in het regenwoud samen ca. 3000 soorten torren en kevers voorkomen. Deze plaatsen waren echter niet groter dan 12m2!! Een recente inventarisatie van vissoorten in Ecuador leverde meer dan 1000 soorten op. De sidderaal kan elektrische schokken van 600 volt produceren. Ook scholen piranha's kunnen gevaar opleveren en ook de pijlstaartrog is giftig.
De nevelwouden op de hellingen van de Andes liggen tussen de 1000 en 3500 meter. Hier heerst een zeer hoge luchtvochtigheid en bomen van de bergwouden, o.a. quiua en quishuar, zijn bedekt met mossen, boomvarens, epyfiten (niet- parasiterende gastplant), orchideen en bromelia's.
Het aantal soorten dieren is veel minder dan in het regenwoud en zijn ook minder indrukwekkend. Algemeen komen voor otter, gordeldier, boommiereneter, opossum, stinkdier en agouti en vleermuizen (meer dan 100 soorten). De brilbeer is wel zeer zeldzaam. Bont gekleurde vogels zijn tangara's (ca. 133 soorten in Ecuador) en kolibries (ca. 120 soorten). Amfibien worden vooral vertegenwoordigd door veel kikkersoorten die zich in deze vochtige omgeving goed thuis voelen.
Boven de 3500 meter ligt het paramo-gebied (ca. 10% van de totale oppervlakte van Ecuador) met veelal grassen, struiken en struikachtige bomen, de restanten van het Andesbos. Bijzonder is de "frailejon" of espeletia, een reuzenedelweiss die tot twee meter hoog kan worden. Een andere bijzondere plant is de medicinale chuquiragua.
Uiteraard hoe groter de hoogte, hoe minder diersoorten er voorkomen. De paramo's worden vooral door de indianen gebruikt om het vee te laten weiden. Verschillende soorten kleine marmotachtigen worden gejaagd door de op een vos lijkende paramocoyote. Bekend is natuurlijk het Guinees biggetje of de "cuy" zoals hij in Ecuador genoemd wordt. Ze komen in het wild voor maar worden ook gefokt voor het vlees.
Andescondor De grootste vogel ter wereld met een spanwijdte van ongeveer drie meter is de Andescondor die soms op een hoogte van 6000 meter vliegt, hoger dan elke andere vogel ter wereld. Deze reusachtige vogel wordt echter zeer ernstig bedreigd met uitsterven; waarschijnlijk zijn er nog maar enkele honderden paartjes over. Andere opvallende vogels in dit gebied zijn de caracara en de Andes-kieviet.
In het centrale en zuidelijke kustgebied komen savannes voor. Oorspronkelijk begroeid met bos is dit gebied door mensenhanden ontbost en veranderd is savanne. Ook hier groeien de reusachtige kapokbomen en verder een groot aantal struiken en kruiden. Opmerkelijk is de "ceibo", een boom met een stam in de vorm van een fles. Ook de savannes hebben geen rijk dierenleven. Slangen en hagedissensoorten komen veel voor, samen met wat kleine zoogdieren. In de lucht cirkelen de zwarte gier en de kalkoengier.
In de woestijnachtige kuststreek beperkt de begroeiing zich tot grassen en vele soorten cactussen.
Mangroven met hun typische stelt- en ademwortels groeien in brak water van getijdengebieden. De mangrovebossen van Ecuador worden zwaar bedreigd door de garnalenteelt waardoor ze op dit moment grotendeels gerooid zijn. De rode mangrove is de bekendste soort in Ecuador.
In de mangrovebossen leven veel soorten zeevogels zoals lepelaars, aalscholvers, fregatvogels, slangenhalsvogels en bruine pelikanen. Ook vele vissen, weekdieren schaaldieren en schelpdieren hebben hier hun leefgebied.
Van de geteelde gewassen zijn de aardappel en de yucca de belangrijkste. Er zijn meer dan tweehonderd wilde soorten en negen soorten gekweekte aardappelen. Van de yucca zijn er twee soorten: bittere en zoete. Ook mas is een plant die al duizenden jaren belangrijk is als voedsel voor de inheemse bevolking. In de Andes komen ca. 50 soorten voor.
Kinini, het geneesmiddel tegen malaria, is in de 17e eeuw ontdekt in Ecuador. Het geneesmiddel wordt gemaakt van het poeder van de bast van de quina-boom. Door de grote vraag naar het geneesmiddel verdwenen de quina-bossen in hoog tempo en dat betekende het einde van de quina-cultuur in Ecuador.
De bekendste groep dieren van het Andesgebergte zijn de kameelachtigen: de guanaco, de vicua, de alpaca en de lama. De guanaco en de vicua leven in het wild, de lama en de alpaca zijn tot huisdieren gemaakt. Ze worden gebruikt als lastdier en voor vlees en wol. De guanaco is in Ecuador bijna uitgestorven en de vicua wordt met uitsterven bedreigd. Door beide soorten te beschermen hoopt men de soorten in Ecuador te behouden. |