Extra informatie over Ethiopie
Algemeen
Ethiopi is de oudste onafhankelijke staat van Afrika (de periode 1936-1941 onder Italiaans bestuur niet meegerekend) en een van de oudste ter wereld, minstens 2000 jaar.
De Ethiopische beschaving vindt haar oorsprong in het rijk van Axum. Dit rijk kwam in de derde eeuw voor Christus tot bloei en heeft tien eeuwen stand gehouden. Rond 330 n.C. kregen Syrische monniken invloed op het hof van Axum. Zo deed het christendom dat uitgroeide tot Ethiopische orthodoxie, zijn intrede in deze handelsnatie. In de zevende eeuw veroverden moslims grote delen van de Hoorn van Afrika. Zij stichtten vele havensteden (o.a. Berbera, Mogadishu en Mombasa) en sloten zo het rijk van Axum in. Vluchtende Afars van het rijk van Axum trokken zuidwaarts en brachten het christendom weer tot grote bloei. Zij bouwden de rotskerken van Lalibela. Yekuno-Amlak greep de macht in 1268. Hij beweerde af te stammen van de bijbelse koningin van Sheba. Tot 1855 bestond het huidige Ethiopi uit christelijke en islamitische staatjes die regelmatig aangevallen werden door Oromo's, Afars en Somali's. In 1855 riep de christelijke edelman (Ras) Kassa zichzelf uit tot keizer Tewodros. Hij delfde het onderspit tegen de Britten, die trachtten het gebied rond het Suez-kanaal te beheren. De opening van dit kanaal in 1869 leidde tot een run op de Rode Zeekusten door de Britten (Aden), Itali (Assab en later Eritrea) en Frankrijk (Djibouti).
De nieuwe Ethiopische machthebber Menelik sloot in 1896 een verdrag met Itali (het Verdrag van Wichale), waarover al spoedig onenigheid onstond. Zijn (Afrikaans) leger versloeg de Italianen, tot ontsteltenis van Europa. Itali behield Eritrea. De Ethiopisch-Eritrese grens werd vastgelegd. Dit belette Menelik niet gebieden in het oosten, zuiden en westen te veroveren. In 1887 werd Addis Abeba ('Nieuwe Bloem'), de nieuwe hoofdstad van Ethiopi.
Na zijn dood in 1908 werd Menelik opgevolgd door zijn dochter Zawditu onder regentschap van eerst Ras Tefema en later Ras Tafari. In 1930 werd Ras Tafari tot keizer Haile Selassie gekroond (hij beweerde afstammeling van koning Salomon te zijn, hetgeen jarenlang was vastgelegd in artikel 1 van de grondwet van Ethiopi). Zijn regeerperiode tot 1974 werd van 1935 tot 1941 onderbroken door Mussolini. In 1962 annexeerde Ethiopi Eritrea, waarna de bloedige Eritrese afscheidingsoorlog begon. Ook in Ethiopi groeide de ontevredenheid, o.a. door de verdeel- en heerspolitiek en het slechte beleid na de grote droogte van 1973. Dit mondde in 1974 uit in studentenprotesten en een succesvolle legercoup. De militaire Derg-regering oefende een terreurbewind uit. Dit heeft vele honderd-duizenden slachtoffers gekost en was aanleiding voor zowel Tigrayers als Oromo's hun eigen bevrijdingsoorlog aan te vangen.
De leider van de Derg, kolonel Mengistu Haile Mariam, kreeg steun van de Sovjet-Unie toen de Somalische President Siad Barre met steun van de VS de Ogaden-woestijn trachtte te veroveren. Het einde van de Sovjet-Unie en de Eritrese militaire successen braken het Dergbewind op. Het Tigrayse People's Liberation Front (TPLF) trok in mei 1991 Addis Abeba binnen. Deze beweging vormde een coalitie met andere verzetsgroepen, genoemd de Ethiopian People's Revolutionary Democratic Front. Enkele andere verzetsbewegingen, zoals het Oromian Liberation Front (OLF), maakten aanvankelijk deel uit van deze coalitie. De EPDRF regeert sinds 1991 in Ethiopi.
Sinds 24 mei 1993 werd Eritrea, de voormalige Italiaanse kolonie en Ethiopis meest noordelijke provincie, onafhankelijk. Dit was een doorbraak in het 30-jarig durende conflict tussen Ethiopi en Eritrea.
In mei 1998 is een grensconflict uitgebroken tussen Ethiopi en Eritrea. Tijdens de eerste weken van dit conflict werden aan beide zijden bombardementen uitgevoerd. Ondanks bemiddelingspogingen van de AU, de VS en Rwanda braken begin 1999 de eerste hevige grondgevechten uit. Medio 1999 raakte het conflict in een patstelling en hervatten beide partijen de onderhandelingen onder leiding van de AU. Deze mislukten echter. Op 12 mei 2000 begon Ethiopi wederom een grootschalig militair offensief, dat aanzienlijke terreinwinst opleverde. Na bemiddeling van de AU in nauwe samenwerking met de Verenigde Staten tekenden beide landen op 18 juni 2000 een staakt-het-vuren overeenkomst. Na de ondertekening van deze overeenkomst hebben de proximity-talks tussen Ethiopi en Eritrea in Washington in juli 2000 een agenda voor de volgende ronde opgeleverd: compensatie, demarcatie en de definitieve vredesregeling. Op 12 december 2000 hebben beide partijen een vredesovereenkomst getekend. Sinds de ondertekening van het staken van de vijandelijkheden is deze situatie gehandhaafd. Eveneens is door beide partijen al een aantal vertrouwenwekkende maatregelen genomen. Een mijlpaal in de oplossing van het conflict vormde de uitspraak van het in Den Haag gevestigde Internationale Hof van Arbitrage (Boundary Commision) april j.l. In deze bindende uitspraak die door beide landen onvoorwaardelijk werd geaccepteerd, werd het grensconflict in formeel juridische zin opgelost. In november 2004 verklaarde Ethiopi dat het zich niet langer zou verzetten tegen de uitspraak van de grenscommissie, wat Ethiopi betreft kon het demarcatie-proces van start kunnen gaan. In de daarop volgende maanden werd echter duidelijk dat Ethiopi insisteert op een dialoog met Eritrea over aanpassingen in de uitvoering van de grensbeslissing als voorwaarde van demarcatie. Eritrea houdt vast aan een volledige uitvoering van de beslissing van de grenscommissie, zonder voorwaarden vooraf. Wederom bevinden de landen zich in een impasse.
Staatsinrichting
Ethiopi is een federale republiek. De EPDRF richtte in 1991 een staatsraad op, en besloot tijdens een overgangsperiode van drie jaar een nieuwe grondwet op te stellen. De leider van de EPRDF, Meles Zenawi, werd na het vertrek van Mengistu tot staatshoofd ad interim benoemd. Eind 1994 werd de nieuwe grondwet aangenomen door de twee kamers van de Nationale Vergadering. De tweede kamer bestaat uit gekozen volksvertegenwoordigers; de eerste kamerleden worden gekozen door de leden van de regionale overheden. De President wordt op voordracht van The House of Peoples Representatives gekozen in een gezamenlijke zitting van beide kamers. De president vervult een ceremonile functie en heeft geen politieke macht. De Minister-President en de leden van het kabinet zijn verantwoording schuldig aan The House of Peoples Representatives. De Minister-President is opperbevelhebber van de strijdkrachten.
De negen regios (states) zijn vastgesteld op basis van etnische scheidslijnen (etnisch federalisme) en hebben het recht zich van de federatie Ethiopi af te scheiden. Dit recht is vastgelegd in de grondwet (artikel 39), teneinde verdere afscheidingsoorlogen te voorkomen.
In 1995 hebben parlementsverkiezingen plaatsgevonden, die echter werden geboycot door de belangrijkste illegale oppositiepartij de OLF, De Oromo Liberation Front. Het EPRDF verwierf op nationaal en op regionaal niveau de meerderheid. In augustus 1995 werd Meles Zenawi tot minister-president benoemd. De parlementsverkiezingen in mei 2000 vertoonden t.o.v. de verkiezingen in 1995 een verbetering. De oppositiepartijen namen deze keer deel, zij het met een mager resultaat (37 van de 548 zetels in het nationale parlement).
De verkiezingen van 2005 zijn net achter de rug. Ook nu heeft de EPRDF met een grote meerderheid de verkiezingen behaald (67%). De vraag speelt nu of de oppositiepartijen CUD en UEDF zitting zullen gaan nemen in het parlement.
Binnenlandse politiek
Het democratisch gehalte van de parlementsverkiezingen was gering gezien het ontbreken van een goed georganiseerde oppositie.Tijdens de verkiezingen in 1995 zijn onregelmatigheden geconstateerd door internationale waarnemers. Ook tijdens de verkiezingen in 2000 zijn onregelmatigheden en incidenten geconstateerd. Er is evenwel een verbetering te bespeuren: de oppositiepartijen hebben hun programmas kenbaar kunnen maken aan de kiezers. De uitslag voor de stad Addis Abeba toonde wel aan dat een goed georganiseerde oppositie betere resultaten zou kunnen boeken: de regeringspartij won alle zetels met minder dan 50 % van de stemmen. Bij de recente woreda- en kebele-verkiezingen (lokale verkiezingen eind februari/begin maart 2001) was het democratisch gehalte echter weer zeer beperkt. Lokale verkiezingen in the Southern Region, in December 2001, werden door de EU niet beschouwd als free and fair. De aanloop naar de verkiezingen 2005 verliepen redelijk rustig. Tijdens en na de verkiezingen zijn wel ongeregeldheden en kleine incidenten geconstateerd en is de vraag gerezen of de verkiezingen wel geheel fair zijn verlopen, maar duidelijk is dat de EPRDF wederom een grote meerderheid heeft behaald.
De feodale geschiedenis, de "winner takes all"-mentaliteit en de zwakke bestuurlijke capaciteit in de regio's maken dat democratische structuren slechts langzaam ingebed raken in Ethiopi. De rechterlijke macht is van een dergelijk lage kwaliteit dat zij niet in staat is haar rol te vervullen: hierdoor ontstaan enorme wachttijden, tegenstrijdige uitspraken en partijdigheid. Daarnaast worden haar besluiten regelmatig door politieke of politieleiders terzijde geschoven.
Etniciteit speelt een belangrijke rol in de politiek van het EPRDF. Na de eeuwenlange Amhaarse overheersing van zowel de keizers Menelik als de dictator Mengistu pleitten de andere groeperingen voor meer autonomie. Dit heet etnisch federalisme wat inhoudt dat iedere bevolkingsgroep het recht heeft zijn eigen identiteit te waarborgen. Om hieraan uitvoering te geven is Ethiopi ingedeeld in negen regio's, te weten Tigray, Afar, Amhara, Oromia, Somalia, Gambela, Beni Shangul, Gumuz en de Southern Ethiopian People's Regions, welke bestaat uit meerdere sub-regio's bevolkt door diverse volken en Ethiopi kent tevens twee stadsregios: Dire Dawa en Addis Abeba, die zelfstandige bestuurlijke eenheden zijn.
Etnisch federalisme gaat met een grote mate van decentralisatie gepaard. In ieder geval op papier krijgen de regios en stadsgebieden een grote mate van autonomie en recht op afscheiding. Elke regio is verdeeld in zones, zones in districten (woredas) en woredas in kebelles (in de stad) of peasant associations (op het platteland). Al deze niveaus hebben hun eigen bestuur: de federale regering, de regionale regering, het zonale bestuur, het woreda bestuur en het kebelle dan wel het peasant associations bestuur. Verder heeft elke regio zijn eigen gekozen parlement, zijn eigen regionale president en eigen secretaris en functioneert onafhankelijk van het federale parlement.
De regios kunnen hun eigen wetten vaststellen, maar wel gebaseerd op de federale constitutie. Een belangrijk pijler van etnisch federalisme in de grondwet is artikel 39 dat inhoudt in dat elke staat, nationaliteit of bevolkingsgroep in Ethiopi het onvoorwaardelijke recht heeft op zelfbeschikking.
En van de problemen van het etnisch federalisme is dat er veel meer etniciteiten zijn dan regios. Ook binnen regios bestaat soms een aantal minderheden die worden geconfronteerd met een andere taal en daaruit voortkomende problemen op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid en dergelijke. Een ander hiermee verwant probleem is (komt met name in de SNNPR voor) is dat het EPRDF slechts aansluiting toestaat van een partij per etniciteit Als dan een partij wordt uitgekozen, gaat de andere in de oppositie, met alle gevolgen van dien (zie het OLF).
Een ander probleem dat met name bij de decentralisatie naar voren komt is dat het EPRDF er voor zorgt tot en met het laagste bestuursniveau goed vertegenwoordigd te zijn. In de praktijk betekent dat dat het kebelle bestuur, dat het dichtst bij de bevolking staat, vooral de belangen van de Tigraye behartigt. Dit geldt overigens ook op nationaal niveau. Het beste voorbeeld hiervan zijn de partij gerelateerde overheidsbedrijven (het party-statals imperium: EFFORT) van het EPRDF. De wet verbiedt politieke partijen belangen te hebben in bedrijven. Echter alle partijen die lid zijn van het EPRDF hebben hun eigen zakenimperium, TPLF het grootste (ondergebracht in stichtingen). Het systeem van party-statals heeft behalve dat het een vorm is van concurrentievervalsing nogal wat gevolgen. Zo kan dienstverlening geweigerd worden in gebieden waar de oppositie sterk is. Ook zorgt de steeds toenemende rijkdom van het EPRDF ervoor dat het flink kan uitpakken bij campagnes voor verkiezingen.
Op 15 mei vonden in Ethiopi verkiezingen plaats voor het federale en nationale parlement. Voor het eerst werden buitenlandse waarnemers toegelaten en hadden de kiezers het gevoel een keuzemogelijkheid te hebben. De verkiezingsdag zelf verliep rustig, maar in de aanloop naar de verkiezingen en tijdens de nasleep ervan probeerde de regering het verkiezingsresultaat te benvloeden door het toepassen van geweld en intimidatie. De National Election Board opereerde verre van onafhankelijk en de Waarnemingsmissie van de EU (EU EOM) werd onder zware druk gezet. Oppositieleden en sympathisanten werden opgepakt en een studentenprotest werd gewelddadig onderdrukt. De oppositie accepteert de verkiezingsuitslag niet en neemt geen genoegen met een pro forma deelname aan het parlementaire proces.
Ondanks het feit dat er voor het eerst van een werkelijke politieke competitie en een massale opkomst sprake was, constateerde de EU Election Observation Mission dat de verkiezingen van 15 mei niet aan internationale democratische normen voldeden. Sindsdien is het geloof in de democratische intenties van de zittende regering steeds verder afgekalfd.
De latente onvrede over de politieke patstelling met betrekking tot de verkiezingsuitslag van 15 mei jl. is tot een gewelddadige uitbarsting gekomen. Op 8 juni en begin november leidde vreedzaam protest tot ongeregeldheden waarbij de politie hard ingreep.De, op 2 november, gearresteerde oppositieleiders, journalisten en vertegenwoordigers van maatschappelijk middenveld blijven ondanks oproepen van de internationale gemeenschap tot onmiddellijke vrijlating voorlopig in hechtenis. Voorts hebben met name in Addis Abeba massale arrestaties plaatsgevonden van jongeren die op willekeurige wijze zijn opgepakt. Een deel van deze groep is inmiddels weer vrijgelaten.
Het geweld en het optreden van de regering zijn door de EU en VS scherp veroordeeld. NL benadrukt dat de EU door moet gaan met het voeren van een constructieve dialoog met regering en oppositie en dat de regering een aantal maatregelen moet nemen om het democratisch proces te verbeteren, waaronder het beindigen van geweld en intimidatie tegen de oppositie, het afschaffen van wetgeving die tijdens het verkiezingsproces is aangenomen en het loslaten van haar monopolie op de media. |