Extra informatie over Faeroer
Algemeen
Landschap Faeroer De Faerer of Frer (Faeres: Froyar; Deens: Frerne, = letterlijk: schapeneilanden; Engels: Faroe Islands), is een tot Denemarken behorende eilandengroep in de Atlantische Oceaan. De Faerer liggen ca. 300 km ten noorden van Schotland en ca. 450 km ten zuidoosten van IJsland en bestaan uit 21 eilanden met een totale oppervlakte van 1399 km2. De hoofdstad is Trshavn (Deens: Thorshavn), op het eiland Streymoy. De grootste eilanden zijn Streymoy (Deens: Strm, 392 km2), Eysturoy (ster; 286 km2), Vgar (Vg; 188 km2), Suuroy (Syder; 167 km2) en Sandoy (Sand; 125 km2). De eilanden kunnen grofweg verdeeld worden in vier geografische gebieden. In het midden van de eilandengroep liggen Streymoy en Eysturoy, de twee dichtst bevolkte eilanden. Ten westen van Streymoy liggen Vgar en het schitterende Mykines, het meest westelijk gelegen eiland bekend om zijn gevarieerde vogelpopulatie. Ten noordoosten van Eysturoy liggen de ruige eilanden Kalsoy, Kunoy, Boroy, Vioy, Svnoy en Fugloy. Op Boroy ligt de tweede stad van de Faerer, Klaksvk. De zuidelijke groep eilanden bestaat uit Suuroy, Sandoy, Skvoy, Stra, Dmun en Ltla Dmun. Ltla Dmun is het enige onbewoonde eiland van de Faerer. Gedurende de ijstijd waren de Faerer bedekt met ijs. Tegen het einde van de ijstijd, nadat het ijs begon te smelten, ontstonden de keteldalen, zeengtes en fjorden, die het landschap zo karakteristiek maken. De noord- en westkust wordt gekarakteriseerd door steile kliffen tot 750 meter hoogte bij Enniberg op het eiland Vioy. De oost- en zuidkust hebben een wat meer glooiend landschap. Het hoogste punt van de Faerer is de Slttaratindur met 882 meter. De bodem bestaat uit basalt en tuflagen en heeft door het sterke afschuren van de bodem door o.a. verwering, ijs en wind een zeer wisselend relif (tot 862 m hoog) gekregen. De eilanden zijn hier en daar slechts door nauwe zeestraten gescheiden en staan onder invloed van een sterke getijdenwerking. Er is zeer weinig bos, voor een deel te wijten aan de eeuwenoude schapenteelt.
Klimaat
Regenwolken
Het klimaat is relatief zacht en regenrijk onder invloed van de maritieme ligging. Het klimaat van de Faerer is te vergelijken met dat van IJsland; het is er over het algemeen iets warmer en het stormt er nog vaker. Neerslag in wat voor vorm dan ook, motregen, mist, sneeuw en regen, valt er op gemiddeld 280 dagen per jaar. Het weer kan op hetzelfde moment plaatselijk zeer verschillen. Dankzij de warme golfstroom, die langs de eilanden stroomt, is de temperatuur van het zeewater het gehele jaar door ca. 10C en tempert daardoor de kou een beetje. De gemiddelde temperatuur is in januari 3C en in juli 11C.
Planten en dieren
Vogels Faeroer Ondanks het praktisch ontbreken van bossen ziet de Faerer er toch zeer groen uit. Dat komt door de meer dan 1600 soorten planten, grassen, zegge, mossen, korstmossen en paddestoelen. Bloemen en varens groeien over het algemeen op beschutte plaatsen zoals ravijnen, waar de schapen niet bij kunnen. Bomen groeien niet door de zilte lucht, de sterke winden en de grazende schapen.
Het vogelleven op de Faerer is het meest opvallende aspect van het dierenleven. Door de planktonrijke zee en daardoor veel vis komen er zeer veel vogelsoorten voor. De Faerer is het gebied met de dichtst bevolkte vogelpopulatie ter wereld. Ongeveer 49 soorten broeden regelmatig op de Faerer en 30 soorten af en toe. Daaronder de komische papegaaiduikers die ook veel gegeten worden. Andere veel voorkomende soorten zijn zeekoeten, noordse stormvogels, grote jagers, alken, jan-van-genten, aalscholvers en drieteenmeeuwen. De meeste van deze vogels jagen op haringen, rivierkreeften en kleine palingen. Meer landinwaarts vindt men eidereenden, goudpluvieren, snippen, rotsduiven en de nationale vogel van de Faerer, de scholekster of "tjaldur". Meer dan 200 soorten vogels bezoeken de eilanden tijdens hun trek naar het zuiden. De enige roofvogel is de dwergvalk. De beste tijd om vogels te observeren is de zomer, van april tot en met augustus en alle soorten zijn beschermd. In de zee rond de eilanden zwemmen grote scholen grienden. Jaarlijks worden er tussen de 1500 en 2000 exemplaren door de lokale bevolking gedood tijdens de "grindadrp", de jacht met motorboten. Andere walvissoorten zijn vinvissen, orca's, dolfijnen en bruinvisssen. De enige vinpotige die zich voortplant aan de Faererse kust is de grijze zeehond. Er komen maar vijf soorten zoetwatervissen voor op de Faerer, de bergforel, zalm, aal, rivierforel en stekelbaarsje. Zoutwatervissen en schelpdieren, vaak afnemend in aantal door overbevissing, zijn o.a. Atlantische heilbot, smelt, schelvis, scharretong, blauwe wijting, kreeften en kammossels. Ook kabeljauw komt langs de kust voor maar niet zoveel als op volle zee. Verder ratten, muizen, konijnen, koeien en schapen...heel veel schapen, waarschijnlijk zijn er twee keer zoveel schapen als mensen op de Faerer. |