Extra informatie over Liechtenstein
Algemeen
Het vorstendom Liechtenstein (officieel: Frstentum Liechtenstein) ligt in Centraal-Europa en grenst in het noorden en oosten aan Oostenrijk (34,9 km) en in het zuiden en westen aan Zwitserland (41,1 km). In het westen vormt de Rijnvallei een natuurlijke grens met Zwitserland.
De oppervlakte van Liechtenstein bedraagt 160 km2 (Schiermonnikoog: 191 km2), en daarmee is het de op drie na kleinste staat in Europa, alleen Vaticaanstad, Monaco en San Marino zijn nog kleiner. Liechtenstein meet van noord naar zuid maximaal 24,5 km en van oost naar west maximaal 12,4 km.
Landschap
Het landschap van Liechtenstein is zeer geaccidenteerd. In het noorden bevindt zich een laag plateau, waar ook het laagste punt van Liechtenstein te vinden is, namelijk Ruggeller Riet (430 meter). Deze dalzone beslaat ca. 25% van de totale oppervlakte en ligt op een hoogte tussen 430 en 480 meter.
Ca. 40% van de oppervlakte wordt ingenomen door de hellingen aan de zijde van het Rijndal. Deze steile hellingen zijn sterk bebost.
De hoogste piek in Liechtenstein is de Vorder-Grauspitze met 2599 meter en ligt in de Alpenzone, die ca. 35% van het grondgebied van Liechtenstein beslaat. De alpendalen lopen hier van noord naar zuid. In het Rhtikongebergte op de zuidgrens zijn de hoogste toppen de Falknis (2560 m) en de Naafkopf (2570 m).
Hoogste bergtoppen
Grauspitze 2599 m
Schwarzhorn 2574 m
Naafkopf 2570 m
Falknis 2560 m
Falknishorn 2452 m
Augenstern 2359 m
Plasteikopf 2346 m
Gorfion 2308 m
Ochsenkopf 2286 m
Hochspielerm 2226 m
Klimaat
Liechtenstein heeft een overgangsklimaat (zeeklimaat-landklimaat) met koude en bewolkte winters met veel sneeuw en regen en gematigd warme, vochtige zomers.
In de winter vriest het zelden onder de -15C (koudste maand is januari) en in de zomermaanden ligt de temperatuur overdag gemiddeld tussen 20 en 28C (warmste maand is juli).
Van grote invloed op het klimaat is de fhn, een warme zuidenwind die ca. 40 dagen per jaar waait. Vooral in de maand oktober, maar ook in de winter zorgt deze wind tijdelijk voor hogere temperaturen dan normaal.
Gemiddeld valt er in Liechtenstein tussen 900 en 1200 mm neerslag per jaar. In de bergen daarentegen kan wel tot 1900 mm neerslag vallen
Planten en dieren
planten
Het kleine Liechtenstein telt ca. 1600 plantensoorten, waarvan er 800 tot de typische Alpenflora behoren en de rest tot de valleiflora en de berghellingflora. In 1989 besloot de regering van Liechtenstein om het gehele alpengebied tot een beschermd plantengebied uit te roepen.
De Alpenflora bestaat uit ook elders in Europa veel voorkomende planten als edelweiss, gentiaan, vuurlelie, alpenroosje, alpenaster en sneeuwroos. Bijzondere planten zijn onder andere het zeldzame Triglav-dwergstreepzaad, de Zwitserse leeuwentand (Leontodon helveticus), de Senecio abrotanifolius (soort kruiskruid), de blauwgroene steenbreeksoort Saxifraga caesia, de alpenleeuwenbek (Linaria alpina) en de Astragalus sempervirens (een doornige vlinderbloemige).
Het natuurgebied Schwabbrnnen-scher wordt gekenmerkt door de vele moerasplanten, waaronder de gewone addertong (Phioglossum vulgatum) en de gele lis (Iris pseudacorus).
Het Ruggeller Riet heeft als meest kenmerkende plant de Siberische iris en van Europese betekenis is de kam- of niervaren (Dryopteris cristata). Verder vindt men hier ca. 450 soorten vaatplanten, 72 soorten moerasplanten en 216 soorten paddestoelen.
De belangrijkste boomsoort in het dalgebied is de beuk, die op sommige plaatsen nog in zijn oervorm te vinden is. Andere veel voorkomende boomsoorten zijn esdoorn, els, lariks en verschillende soorten coniferen.
Een beschrijving van de flora van Liechtenstein is niet volledig als de rijkdom aan orchideen onvermeld blijft. Op de kleine oppervlakte komen 48 soorten voor, waaronder de zeldzame spookorchis (Epipogium aphyllum), de sierlijke Malaxis monophyllos en verder het vrouwenschoentje (Cypripedium calceolus), het bleek bosvogeltje (Cephalanthera damasonium), het wit bosvogeltje (Cephalantera longifolia), het rood bosvogeltje (Cephalantera rubra), hondskruid (Orchis pyramidalis), moerasorchidee (Orchis palustris) en de Chamorchis alpina.
Dieren
Liechtenstein heeft voor een klein land een grote diversiteit aan diersoorten. Zo telt Liechtenstein 55 zoogdiersoorten (waaronder 17 soorten vleermuizen), 140 broedvogels, 7 reptielen, 10 amfibien en 24 zoetwatervissen.
Ook de insectenwereld kent een grote verscheidenheid, waaronder 120 vlindersoorten, 342 wantsen, 76 boktorren, 72 netvleugeligen, 194 zweefvliegen en 65 galmuggen.
Bij het typische Alpenland Liechtenstein hoort ook een typische Alpenfauna. Naast grote dieren als herten, gemzen, steenbokken en steenarenden behoren hier ook de sneeuwhaas en het Alpenschneehuhn toe. Tot de typische Alpenfauna behoren ook het murmeltier en de Noordse vleermuis, en daarbij de vogels korhoen, alpenheggenmus, ruigpootuil, geelvink, dwerguil, alpenkauw, citroenkanarie, sneeuwvink, waterpieper en rotskruiper.
Inheems zijn ook de alpenlandsalamander, de bruine kikker, de pad, de alpenwatersalamander en de enige slangensoort, de adder.
In de overgang van dal naar berggebied leven reen, vossen, dassen, zwarte spechten, witrugspechten, oehoes en het vliegend hert, een keversoort. . |