Extra informatie over Litouwen
Algemeen
Litouwen (Litouws: Lietuva; officieel: Lietuvos Respublika) is een republiek in Noordoost-Europa en de zuidelijkste van de drie Baltische republieken. Litouwen heeft een oppervlakte van 65.200 km2 en is daarmee de grootste Baltische staat en ongeveer net zo groot als Nederland en Belgi samen. Litouwen grenst in het noorden aan Letland, in het zuidoosten aan Wit-Rusland (of Belarus), en in het zuidwesten aan Polen en de Russische enclave Kaliningrad.
De kust langs de Baltische Zee is ongeveer 100 km lang, waarvan ongeveer de helft langs de Kuriu Nerija loopt. Dit is een soort zandbank van 98 km lang en tot 66 meter hoog, maar nergens breder dan 4 kilometer. Het is Litouwens meest opmerkelijke stukje land. Achter de Kuriu Nerija liggen een aantal lagunes. Litouwen is verder een vrij vlak land met twee hoogvlaktes die gemiddeld 150 meter hoog zijn. Een van die hoogvlaktes ligt aan de oostkant langs de grens met Wit- Rusland. Deze vlakte is verdeeld in de Medininku hoogvlakte in het zuidoosten waar ook het hoogste punt van Litouwen te vinden is, de Juozapines met 291 meter; en verder de vencioniu hoogvlakte in het noordoosten. In het noordwesten ligt de emaitija hoogvlakte met een maximale hoogte van 234 meter. Ongeveer 25% van Litouwen is bebost en 3% is bedekt met moerassen. Litouwen telt ongeveer 3000 meren die in totaal 2% van de oppervlakte beslaan en voor het merendeel in het noordoosten van het land liggen. De Kaunas Zee is het grootste binnenwater, maar is kunstmatig aangelegd. Het grootste natuurlijke meer is Drukiai.
Litouwen heeft 750 rivieren die langer zijn dan 10 kilometer. De belangrijkste rivier is de Nemunas, 973 km lang waarvan 425 kilometer door Litouwen stroomt.
Klimaat
Litouwen heeft een gematigd klimaat dat enigszins benvloed wordt door de Warme Golfstroom. De oostelijk gelegen regio's hebben al meer een landklimaat waar het 's winters wat kouder is dan in de rest van het land en 's zomers wat warmer. De winters duren vrij lang. In de Dzukija regio vriest het eind september al, en in de hoofdstad Vilnius twee of drie weken later. In november begint het meestal te sneeuwen en al snel daarna ligt er in grote delen van het land tot en met maart een dikke pak sneeuw.
De gemiddelde minimumtemperatuur in januari is -5C. Incidenteel komt het voor dat de temperatuur daalt tot -40C. De lente duurt meestal maar kort. Vaak is de maand april een overgangsmaand met onvoorspelbaar weer met afwisselend koude en redelijk warme dagen. De zomer duurt over het algemeen van half mei tot eind augustus. In juli, de warmste maand, is het gemiddeld ongeveer 17C. De maximumtemperaturen kunnen oplopen tot 35C. Gemiddeld valt er 717 mm neerslag per jaar aan de kust en 490 mm in het oosten van het land.
Planten en dieren
Het gezicht van de Litouwse bossen is in de loop der eeuwen sterk veranderd. De enige oerbossen zijn nog te vinden op zandgronden, met name in de regio Dzukija. Eiken zijn bijna niet meer te vinden in Litouwen. De oudste eik staat in het dorp Stelmue en wordt geschat op 1500 jaar.
Op dit moment bestaat het Litouwse bos voor 40% uit dennenbomen van zowel inheemse en uitheemse soorten. Berken en sparren zijn ook veel voorkomende soorten en verder espen, elzen, essen, olmen en linden. De bodem van de dennenbossen is dicht begroeid met korstmossen, waarvan er 400 soorten in Litouwen te vinden zijn. Bosbessen en paddenstoelen groeien volop in de Litouwse bossen en het plukken daarvan is een soort nationale hobby. In Litouwen komen ongeveer 2000 soorten wilde bloemen voor. Er leven op dit moment 63 landzoogdieren in Litouwen waaronder grote dieren zoals edelherten, elanden en wilde zwijnen. Verder vleeseters zoals wolven, vossen, boommarters, bunzingen, wasberen, lynxen en wilde katten. Ook knaagdieren als veldmuizen, relmuizen, eekhoorns, bruine haas en de zeldzame blauwe haas.
In de vele rivieren leven otters, en in de kustwateren zeehonden en bruinvissen. Ongeveer 300 soorten vogels heeft Litouwen. De ooievaar, de nationale vogel, komt veel voor en bijna elke boerderij heeft wel een ooievaarsnest. Ook de zwarte ooievaar komt nog regelmatig voor. Aan de kust leven grote kolonies aalscholvers en blauwe reigers. Verder zwanen, meeuwen, kieviten, dodaars, roerdompen. Vier natuurreservaten zijn broedplaatsen voor kraanvogels, auerhoenders, korhoenders en pluvieren. In de bossen vinden we vele spechten, mezen en lijsters. Roofvogels zijn valken, kiekendieven, haviken, buizerds en uilen.
De Litouwse rivieren zijn zeer visrijk. Zo'n 25 soorten karpers vormen ca. 25% van de zoetwatervissen naast zalm, forel, zeelt, brasem, aal, snoek en snoekbaars. Het klimaat is niet erg geschikt voor reptielen en er leven dan ook maar enkele soorten in Litouwen; hagedissen, ringslangen, adders, moerasschildpadden en hazelwormen. Amfibien als kikkers en padden komen wel veel voor. Verder honderden soorten vlinders. |