Extra informatie over Mali
Algemeen
Mali (officieel: Republik Mali - Rpublique du Mali) is een republiek in West- Afrika. De totale oppervlakte van het land is 1.240.192 km2 en daarmee is Mali het op vijf na grootste land van Afrika. Mali is bijna dertig keer zo groot als Nederland en bijvoorbeeld vijf maal zo groot als Groot-Brittanni. Mali grenst in het noorden en noordoosten aan Algerije (1376 km), in het westen en zuidwesten aan Niger (821 km), in het zuiden aan Burkina Faso (1000 km), Ivoorkust (532 km) en Guinee (858 km), en in het oosten aan Senegal (419 km) en Mauritani (2237 km). Mali heeft geen toegang tot de zee en maakt daarvoor gebruik van de havens van Dakar (Senegal) en Abidjan (Ivoorkust).
Centraal-Mali maakt deel uit van de Grote West-Afrikaanse Slenk en bestaat uit plateaus (tafelbergen) van zelden meer dan 450 m hoog, en vlakten. Zuid-Mali ligt in de bekkens van de rivieren Niger en Senegal, terwijl zich in het uiterste zuidwesten een aantal uit zandsteen gevormde bergen met vrij steile rotswanden bevindt.
De noordelijke, vrijwel onbewoonde helft van het land ligt binnen de Sahara, maar de woestijn rukt steeds verder naar het zuiden op. Hier wonen alleen nog Moren en Toeareg. In dit woestijngebied van Noord-Mali komt alleen in de wadi's (droge rivierbeddingen) nog enige vegetatie voor. De Sahara is de grootste woestijn ter wereld met ca. 7 miljoen km2 waarvan 28% in Mali ligt. Zuid-Mali vormt een moeras- en steppegebied met in het zuiden wouden en langs de rivieren op sommige plaatsen galerijwouden. Hier is ook wat akkerbouw mogelijk. Tussen het noorden en het zuiden ligt de overgangszone tussen woestijn en savanne, de Sahel. In West-Mali ligt het Nationaal Park van de Baoul en het Manding- hoogland. Hier hebben rivieren vroeger terrasvormige ravijnen uitgesleten. In het oosten van het land ligt het grillige Adrar des Iforhas-gebergte, met hoogtes van 500 tot 900 meter. Ten zuiden van Mopti ligt een 200 kilometer lange, steile rotswand, de Falaise de Bandiagara. Tegen deze wand hebben de Dogon hun dorpen gebouwd. De noordelijke uitloper van dit plateau vormt het hoogste punt van Mali, de Hombori Tondo met 1155 meter.
Een groot gedeelte van Mali werd ooit ingenomen door een groot meer. Een restant hiervan is het uitgestrekte moerasgebied rondom de middenloop van de Niger die in noordoostelijke richting stroomt tussen Sansanding en Kabara. Door het veranderende klimaat hebben lange droogteperioden ervoor gezorgd dat deze voorheen vruchtbare binnendelta steeds meer uitdroogt, wat grote gevolgen heeft voor zowel de bevolking als voor de dierenwereld.
Het Malinese landschap wordt voor een groot gedeelte bepaald door een aantal grote rivieren. De belangrijkste rivier is de Niger die 1500 kilometer dwars door Mali stroomt. In het westen stroomt de Senegal (670 kilometer in Mali) die gevoed wordt door de zijrivieren Bafing, Bakoy en Baoul. De Falm is de grensrivier met Senegal.
Klimaat
Door de grootte van het land ligt Mali in verschillende klimaatzones. Het noorden kent een woestijnklimaat, het zuiden kent een steppeklimaat en daartussen in heeft de Sahel een steppeklimaat. Het jaar is in alle klimaatzones opgebouwd uit drie seizoenen.
De regentijd loopt van juni tot en met september en dat is met name in het uiterste zuiden goed te merken. Daar valt gemiddeld ca. 1200 mm regen en dat is 400 mm meer dan in Nederland. De luchtvochtigheid loopt in deze periode op tot 100%. Verder noordelijk neemt de neerslaghoeveelheid sterk af en wordt de regentijd ook steeds korter. In de hoofdstad Bamako valt ca. 1000 mm per jaar en ten noorden van de lijn Mopti-Timboektoe-Gao valt gemiddeld minder dan 200 mm per neerslag per jaar. In deze periode is het vaak al zeer heet in Mali. De maximumtemperatuur ligt dan in Bamako tussen de 30 en 35C en in Timboektoe tussen de 35 en 40C. In de Sahel-zone valt tussen 300 en 600 mm per jaar. Deze hoeveelheden kunnen per jaar echter zeer verschillen.
Na de regentijd volgt de Malinese "winter", zoals de Malinezen het zelf noemen. Deze periode duurt van oktober tot en met februari en met name in het noorden is het dan merkbaar koeler met "maar" 30 tot 35C. 's Nachts kan het in het noorden zelfs afkoelen tot rond het vriespunt. In de maanden december, januari en februari valt er in Mali geen druppel regen.
De periode van maart tot en met mei is de warme tijd met temperaturen in Bamako tegen de 40C en in Timboektoe tot 45C. In de Malinese Sahara komen enkele van de heetste gebieden ter wereld voor met temperaturen van boven de 50C. De stad Kayes in West-Mali heeft de twijfelachtige eer de heetste stad van Afrika te zijn, met temperaturen die regelmatig boven de 40C uitkomen.
Met name als de gloeiend hete woestijnwind, de "harmattan", vanuit het noordoosten waait, is het buiten niet uit te houden. Daar komt nog bij dat deze winden gepaard gaan met stofstormen die het openbare leven helemaal kunnen stilleggen. De harmattan waait met name van december tot maart.
Planten en dieren
De drie vegetatiezones zijn sterk afhankelijk van de drie klimaatzones. Het zuiden is bedekt met savannes en langs de rivieren bossen. Het savannelandschap of "brousse" bestaat vooral uit struiken en lage bomen, noordelijker uit gras en struiken. Des te zuidelijker men komt, des te gevarieerder de vegetatie wordt. In dit gedeelte van het land vindt men cailcedra- en nitta-bomen, sheaboter-bomen en mango-bomen
De Sahel-zone heeft over het algemeen een steppevegetatie met grassen en struiken en bomen die goed tegen de droogte kunnen zoals acacia's, cram-cram en apebroodbomen of baobabs. De baobab kan vijftien meter hoog worden en heeft een enorme plompe stam. Boabab stamt van het Arabische "bu hibab" dat "fruit met veel zaad" betekent. De noordelijke Sahel kent veel open plekken en wat doornig struikgewas.
De Sahara is grotendeels kaal met alleen in het zuidelijke deel nog wat vegetatie. Geschat wordt dat 25% van Mali bedekt is met weidegrond, 7% is bedekt met bos en 2% is landbouwgebied. De rest van de grond ligt braak.
De dierenwereld van Mali heeft de toerist niet zo veel meer te bieden. Met name het grote wild wordt sterk bedreigd door de toenemende droogte en de oprukkende woestijn. De mensen hebben alle plaatsen waar nog water te vinden is, ingenomen. Bovendien jaagt de lokale bevolking op praktisch alles wat beweegt. Verder zijn er maar een paar natuurreservaten waar de dieren zich relatief veilig kunnen voelen. Het meest wild komt dan ook voor in het westen en zuiden van het land. Mali staat meer bekend om zijn grote aantallen runderen, schapen en geiten. De twee belangrijkste rundersoorten zijn zeboes en taurines. De zeboe komt in de gehele Sahel voor en wordt ook voor werkzaamheden gebruikt. De taurine is een stierachtig rund en komt meer voor in het zuiden en op de savannes. Het Sahelschaap en de Guineese geit worden gehouden voor het vlees, Macina-schapen voor de wol en de Sahelgeit is een goede melkproducent. In de woestijngebieden is de kameel natuurlijk een bekende verschijning.
Wat vogels betreft kan men in Mali nog steeds zijn hart ophalen. Er komen in Mali honderden soorten voor (ca. 650), met name langs de Niger, maar ook in het noordelijke Timboektoe. In de rivieren en meren van Mali komen ca. 200 soorten vis voor, waaronder de heerlijke "capitaine" en verder karpers, hondshaaien, en verschillende soorten meervallen.
Zoogdieren
Ten noordwesten van de hoofdstad Bamako ligt het Parc National de la Boucle du Baoul. De beste tijd om dat park te bezoeken is van half oktober tot en met december. In de regenperiode is het park vrijwel onbegaanbaar en vanaf januari wordt het gebied geteisterd door savannebranden. In dit park is een redelijke kand aanwezig om knobbelzwijnen, dwergantilopen, bavianen, groene meerkatten en huzaarapen te zien. Van woestijnantilopen als algazel en addax komen nog slechts restpopulaties voor.
Het Rserv des lphants du Gouma ligt aan de weg van Gao naar Mopti. Van november tot en met maart zijn hier kleien kudden olifanten te zien. Buiten de parken komen in rotsgebieden mangoesten en klipdassen voor en af en toe duikers, klipspringers, vossen en jakhalzen.
In de Niger-delta leven nijlpaarden, krokodillen en nijlvaranen. Door heel Mali struikel je bijna over de hagedissen en 's avonds komen er veel padden tevoorschijn.
Vogels
De zwarte wouw is de meest voorkomende roofvogel in Mali. De Europese variant komt als trekvogel voor. De op vissen jagende Afrikaanse zeearend komt niet zoveel meer voor. De kleine grijze wouw komt vooral voor in het Office du Niger. De kapgier vindt zijn aas zowel langs de Niger als in drogere gebieden, maar is ook te vinden in de buurt van abattoirs. Ook de schildraaf is een aaseter. Langs de Niger is het een komen en gaan van steltlopers. Ooievaars zijn voornamelijk trekvogels die een tijdje uitrusten in de Niger-delta. De Abdim- ooievaar leeft in de drogere gebieden. De zwarte ibis is niet echt zwart, maar bruin tot okerkleurig. Reigersoorten zijn er volop: purperreigers, blauwe reigers, zwartkopreigers, koereigers en zilverreigers. Bijzonder is de hamerkop, die enorme nesten bouwen van wel 1,5 meter in doorsnee.
Kleinere steltlopers zijn de lelieloper, de sporenkieviet, de Senegalese griel en de watergriel. De enige veel voorkomende eendachtige in Mali is de spoorwiekgans. De bonte ijsvogel, de malachiet-ijsvogel en de zeldzame Senegal- ijsvogel zijn vooral te vinden in de Niger-delta en de Senegal met haar zijrivieren waar ze op vissen jagen. Ook de Afrikaanse slangenhalsvogel jaagt op vissen.
Mooi en kleurrijk zijn de bijeneters. Meest voorkomend is de dwergbijeneter, de roodkeelbijeneter is voornamelijk te zien in West-Mali, de karmijnrode bijeneter in het zuiden van Mali en verder hebben we nog de kleine groene bijeneter. Tot de toerako's behoren de Senegalese spoorkoekoek, de violette toerako, het bonte boertje, de halsbandparkiet en de grijze bananen-eter.
Neushoornvogels vallen op door hun enorme naar beneden gekrulde snavel. Ze leven voornamelijk in de bomen; enkele soorten zijn de grijze tok en de roodsnaveltok. De verschillende duivensoorten leven vooral in de steden en dorpen, want daar is het meeste voedsel te vinden. Bekende verschijningen zijn de treurtortel, de palmtortel en de grote gespikkelde duif. Ook de veel lawaai makende groenstaartglansspreeuw en de groene langstaartglansspreeuw worden met name in dorpen en steden waargenomen. Er zijn verder nog 116 soorten wevers die schitterende nesten vlechten. Elke soort heeft een eigen bouwstijl. Enkele weversoorten zijn de Napoleonwever, de grote textorwever, de witsnavelbuffelwever en de grenadierwever. Een van de opvallendste vogeltjes van Mali is de Malinese vuurvink. Het mannetje is bordeauxrood met een bruine snavel terwijl het vrouwtje bruin is met een bordeauxrode snavel. Het is tevens de enige inheemse vogel van Mali. |