Extra informatie over Niger
Algemeen
Lang voordat Niger aan het einde van de 19e eeuw een kolonie van Frankrijk werd, lag het gebied op het kruispunt van West-Afrikaanse rijken van Songhai, Mali, Gao, en Hausa staten (Sokoto). Belangrijke transitroutes liepen door het gebied. Na een moeizame pacificatie over met name de Touareg, werd Niger in 1922 onderdeel van het Franse Gemeenschap van West-Afrika. Niger bestaat grotendeels uit woestijn. In 1959 werden commercieel interessante uraniumbronnen ontdekt.
Niger werd onafhankelijk op 3 augustus 1960 en kreeg als eerste president Hamani Diori. De macht was grotendeels geconcentreerd in de hoofdstad Niamey, en was voornamelijk in handen van het Djerma volk. Zowel de Hausa in het oosten als de Touareg in het midden en noorden van het land boden (gewapend) verzet tegen het bewind. De uranium-exploitatie kwam begin jaren zeventig goed op gang maar corruptie en wanbeleid deden de handel al snel teruglopen. Een enorme droogte in 1973 leidde tot hongersnood en algemene wanhoop in het land. In 1974 werd het regime omvergeworpen door Luitenant-Kolonel Seyni Kountch die een militair gezag installeerde onder leiding van zijn raad, de Conseil militaire suprme (CMS). Kountch zou tot zijn dood in 1987 met harde hand het land regeren. Zijn opvolger, Kolonel Abi Sabou, stelde met goedkeuring middels een referendum, een nieuwe grondwet in die voorzag in een eenpartijstelsel. Zijn partij was de Mouvement National pour une Socit de Dveloppement (MNSD).
Begin jaren negentig groeide de sociale en politieke onrust in Niger en nam de roep om een meerpartijenstelsel toe. Toen ook Frankrijk ging aandringen op een meer democratisch beleid, moest Kolonel Sabou wel toegeven. In juli 1991 werd een Nationale Conferentie bijeen geroepen, die een overgangsregering installeerde. In februari 1993 vonden de eerste democratische verkiezingen plaats, die gewonnen werden door de oppositiepartij, de Alliance des Forces du Changement (AFC). Mahamane Ousmane, van de Convention Dmocratique Sociale (CDS) die met de AFC en de MNSD een coalitie vormde, werd de nieuwe president van de Derde Republiek. De samenwerking met de MNSD verliep niet altijd even soepel, bovendien ontstond er sociale onrust door de devaluatie van de CFA franc in januari 1994. De regering wist ondanks de onrustige situatie toch een succes te boeken met het vredesverdrag met de Touareg in april 1995.
De sociale en politieke onrust leidden uiteindelijk tot onbestuurbaarheid van het land. Dat was mede de aanleiding voor Kolonel Ibrahim Bar Manassara om in januari 1996 de regering aan de kant te zetten door een militaire coup. Hij zou vervolgens in juni 1996 de presidentiele verkiezingen op frauduleuze manier winnen met 52% van de stemmen. Parlementaire verkiezingen werden later dat jaar geboycot door de verzamelde oppositie wegens het "manipulerend" beleid van Bar. Het land stond daarna in het teken van stakingen, studenten- en oppositieprotesten. Pas sinds medio 1998 ("akkoord van 31 juli") leek er sprake te zijn van enige normalisering op het politieke vlak.
De uitslagen van de eind 1998 gehouden gemeenteraadsverkiezingen werden voor een belangrijk deel geannuleerd door het Hooggerechtshof (maart/april 1999). Dit leidde tot grote politieke spanningen vooral ook omdat de oppositie de verkiezingen had gewonnen.
Op 9 april 1999 vond een - wederom door militairen geleide - staatsgreep plaats waarbij de zittende president Bar het leven verloor. Er werd een Raad voor Nationale Verzoening (CNR) ingesteld onder voorzitterschap van de commandant van de presidentiele garde (pleger van de staatsgreep) majoor Wank. Wank stelde dat de CNR slechts was ingesteld om de transitie naar de democratie te bewerkstelligen en dat personen afkomstig uit het leger zich niet kandidaat konden stellen voor functies in het burgerlijke bestuur.
In juni 1999 keurde een consultatieve raad een proeve van een nieuwe grondwet goed. Op 11 juli 1999 werd een volksraadpleging gehouden. De presidentiele en parlementaire verkiezingen vonden in november 1999 plaats en werden in het algemeen als vrij en eerlijk beschouwd. Sindsdien is Mamadou Tandja president van de eerste coalitieregering van de Vijfde Republiek (in januari 2000 genstalleerd) en Hama Amadou de premier. In september 2001 en november 2002 vonden ingrijpende kabinetswijzigingen plaats. Hama Amadou bleef echter premier ondanks beschuldigingen van corruptie. Lokale verkiezingen werden gehouden op 24 juli 2004, oorspronkelijk voorzien voor maart 2004 maar uitgesteld vanwege het feit dat de cour constitutionnel de kandidaturen gesteld door verschillende partijen (regerings- en oppositiezijde) niet kon goedkeuren op procedurele gronden. De verkiezingen verliepen rustig en leverden een overwinning op van de regerende partij, de MNSD, gevolgd door de Parti Nigerien pour la Dmocratie et le Socialisme (PNDS) en CDS. Eind 2004 vonden parlementaire en presidentile verkiezingen plaats, waarover meer onder Binnenlandse politiek.
Staatsinrichting
Met de grondwet van juli 1999 kent Niger een semi-presidentieel stelsel; de uitvoerende macht ligt bij de president en de premier samen.. De president wordt rechtstreeks gekozen voor 5 jaar. De wetgevende macht ligt in principe bij het 113 zetels tellende parlement, de Assemble nationale. Het land kent het meerpartijenstelsel, politieke partijen moeten minimaal 5 % van de stemmen winnen om in de Assemblee vertegenwoordigd te zijn. De zittende Assemblee telt 5 partijen; voorzitter is Mahamane Ousmane, leider van de oppositiepartij CDS. De rechterlijke macht bestaat uit vier onafhankelijke organen naar Frans model.
Met de lokale verkiezingen van juli 2004 zijn de raden van 265 communes gekozen. De bestuurlijke structuur kent daarnaast nog het niveau van departementen en regios. De daadwerkelijk delegatie van beslissingsbevoegheid zal nog vele jaren in beslag nemen.
Binnenlandse politiek
De politieke situatie in Niger kan het best getypeerd worden als matig stabiel met een immer aanwezig risico op verstoring door onvrede vanuit verschillende groepen in de Nigerijnse samenleving. Allereerst binnen het leger, waar het onrustig blijft vanwege te lage soldij, een te groot aantal hogere officieren maar ook vanwege groepen met sympathien voor de vermoorde oud-president Bar. In augustus 2002 was er een muiterij en werden ongeveer 200 soldaten vastgezet. De nasleep hiervan is nog steeds niet geheel afgesloten.
De studentengemeenschap, geplaagd door slechte faciliteiten op de universiteit, protesteert regelmatig naar aanleiding van politieke ontwikkelingen maar ook vanwege de eigen leefomstandigheden. Oorzaak van onrust komt ook vanuit de pers. De regering lijkt regelmatig de persvrijheid te willen onderdrukken, al is ook niet geheel duidelijk of hier niet ook persoonlijke afrekeningen een rol spelen, zoals bij een veroordeling van de redacteur van het weekblad de Republicain in november 2003. Feit is dat met ieder incident er weer aanleiding is tot protesten. Sinds februari 2004 komt daar onvrede bij vanuit de Touareg bevolkingsgroep bij, n.a.v. de arrestatie van de enige Touareg minister van de regering. Deze wordt verdacht van een moord op een lokale MNSD-leider.
Tenslotte hebben vakbonden in Niger traditioneel veel macht. Er worden dan ook met enige regelmaat stakingen van de verschillende beroepsgroepen georganiseerd.
Op 16 november en 4 december 2004 vonden parlementaire en presidentile verkiezingen plaats. Deze zijn zonder noemenswaardige incidenten verlopen en volgens internationale en nationale waarnemers waren deze democratisch, vrij en transparant. In de eerste ronde van de presidentile verkiezingen behaalde President Tandja 40,6 %, zijn belangrijkste opponent, oppositieleider Mahamadou Issoufou 24% en Mahamane Ousmane, voorzitter van het parlement, 17,4 %. Hierdoor was een tweede ronde nodig die ruim in het voordeel van Tandja werd beslecht; 65,3 % tegen 34,5 % voor Issoufou.
In de parlementaire verkiezingen stonden 113 parlementszetels op het spel. Dit aantal is opgehoogd van 83 voorheen vanwege de bevolkingsgroei en door de introductie van speciale kiesdistricten langs etnische lijnen. De MNSD van President Tandja is met 47 zetels als winnaar uit de bus gekomen. Het CDS van Ousmane won 22 zetels en de PNDS van Issoufou 17. In het parlement en de regering vormde de MNSD reeds een coalitie genaamd de Alliance de Forces Dmocratique (AFD) samen met de partijen Convention Dmocratique et Sociale (CDS) en de Alliance Nigerienne pour la dmocratie et le progrs (ANDP). De oppositie heeft zich verenigd in de Coordination des Forces Dmocratiques (CFD), waarbinnen de PNDS dus de grootste partij is. Samen met de andere partijen die met de MNSD een alliantie vormen betekent dit dat de regeringsgezinde coalitie over 88 zetels en daarmee een ruime meerderheid beschikt; een voortzetting van de trend van de afgelopen jaren.
Het wordt over het algemeen als goed voor Nigers stabiliteit gezien dat Tandja voor een tweede termijn is gekozen, alsmede de democratische wijze waarop dit plaatsvond. Tandja volbracht als eerste President sinds de democratische verkiezingen in 1993 zijn gehele termijn. En van de factoren die de President aan stemmen heeft geholpen is zijn speciale ontwikkelingsprogramma voor het platteland, gericht op een praktische en Nigerijnse aanpak van de armoede. In het kader van dit plan worden scholen, klinieken, waterinfrastructuur en wegen gebouwd. Ondanks voornemens van de oppositie om zich in de tweede stemronde te verenigen achter Issoufou, is er weinig terecht gekomen van een kritische positionering van de oppositie. Interessant aan de verkiezingen was verder de afwezigheid van Minister-President Hama Amadou, na Tandja de machtigste persoon in Niger. Na een heftige interne strijd in de MNSD werd in de loop van 2004 duidelijk dat Tandja de kandidaat zou worden namens de MNSD.
En van de eerste besluiten na de verkiezingen, het verhogen van de BTW op basisproducten als bloem, suiker en melk met19% en de water- en electriciteitstarieven, waren aanleiding tot herhaaldelijke massale protesten in Niamey, georganiseerd door maatschappelijke organisaties in januari, gedurende een aantal weken. De overheid achtte deze maatregelen nodig vanwege tegenvallende inkomsten als gevolg van onder andere de sprinkhanenplaag. De brede maatschappelijke protestbeweging verenigde zich in la Coalition contre la vie chre. Deze bestaat uit een dertigtal organisaties uit het maatschappelijk middenveld en de vakbonden. Na ettelijke demonstraties heeft de regering de dialoog geopend met de Coalitie. Op 18 april jl. kwam het tot een compromis dat voorzag in het terugdraaien van de eerder opgelegde BTW-verhogingen op 4 van de 5 producten. Daarmee kwam een einde aan de maatschappelijke crisis. Dit uiteindelijke compromis en de manier waarop deze tot stand kwam kan aan de ene kant worden gezien als een geslaagde oefening in democratie. Aan de andere kant was deze sociale crisis indicatief voor het feit dat de extreme armoede in Niger en versterkende externe factoren als de sprinkhanenplaag een constant risico vormen voor de politieke stabiliteit. |