Extra informatie over Portugal
Algemeen
Het vasteland bestaat uit de westrand van het Spaanse tafelland, dat gebied gaat in Portugal naar het westen toe in brede kustvlakten over. Hierdoor heeft het land een opvallend gevarieerd landschap, dat sterk afwijkt van Spanje, de rivier de Taag (Tejo) vormt de belangrijke scheidslijn in het landschap. Ongeveer de helft van het gebied ten noorden van de Taag ligt boven de 400 m.
Het land ten zuiden van de rivier bereikt op slechts zeer weinig plaatsen die hoogte. Het noorden is heuvelachtig en bergachtig en ligt gemiddeld op 500-800 m hoogte. De hoogste toppen komen voor in de centrale Serra da Estrela, een van noordoost naar zuidwest lopende bergketen die tot een hoogte van bijna 2000m reikt en uitloopt tot bij de monding van de Taag. De vallei van de Taag is een vlak gebied. De 800km lange kustlijn is voor het grootste deel vlak en zanderig en vaak omzoomd met duinen die lagunes omsluiten. In de buurt van Lissabon met bij Cabo de Roca het meest westelijke punt van Europa en bij Cabo de So Vicente bevinden zich rotsachtige stukken.
De grootste rivieren de Minho, de Douro, de Taag en de Guadiana vinden hun oorsprong in Spanje. De Mondego en de Sado zijn de voornaamste rivieren die geheel binnen de landsgrenzen stromen.
Klimaat
Ondanks de invloeden van de betrekkelijk koude Atlantische Oceaan is het overheersende klimaattype mediterraan. Tegenover koele, regenachtige winters staan hete, droge zomers, met een duidelijk verschil tussen het noorden en het zuiden. In het noorden, waar de naar de wind gekeerde berghellingen jaarlijks 2540 mm regen ontvangen, heerst een duidelijk regenschaduweffect. In geheel Portugal ten zuiden van de Taag valt minder dan 813 mm, en in het oosten van Algarve minder dan 406 mm. De winden zijn over het algemeen westelijk en langs de kust van de noordelijke provincie Minho komt vaak zeemist voor. De tegenstelling in temperatuur tussen de kust en het binnenland is groot. Langs de kust liggen de wintertemperaturen tussen 10 en 12 C (in het zuiden hoger) en in het binnenland tussen 4 en 7 C. Aan de kust bedragen de zomertemperaturen gemiddeld 20-24 C en in het noordelijke binnenland 18 C. De warmste maand is augustus in het binnenland kunnen de temperaturen dan oplopen tot boven de 40 graden.
Planten en dieren
Grondsoort, klimaat en hoogte zijn van grote invloed op de plantengroei. Hierdoor is de plantengroei zeer divers. In de bergen en op de hoge plateaus in het noorden zijn de berk, kastanje, eik en esdoorn de meest voorkomende bomen. De plantengroei bestaat voornamelijk uit doornstruiken, heide en varens.
In het zuiden vinden we kurkeiken, eucalyptus en olijfbomen. Portugal is de grootste producent van kurk en kurkproducten. In Portugal staan 30% van alle kurkeiken van de gehele wereld. Kruiden zijn onder andere rozemarijn, tijm en lavendel.
De dierenwereld van Portugal sluit aan bij die van Spanje, maar heeft ook een aantal Afrikaanse elementen zo zijn er o.a. de kameleon, genetkat en mangoeste Van de zoogdieren komen o.a. het wilde zwijn en wilde kat nog voor. Ontbossing, erosie en onvoldoende geregelde jacht hebben talloze grote dieren gedecimeerd (wolf, lynx, damhert, edelhert, ree) of doen uitsterven (bruine beer, monniksrob ) natuur- en milieubescherming staan nog in de kinderschoenen. De visrijke zeen rond Portugal zijn al eeuwenlang met succes gexploiteerd (sardine, ansjovis, kabeljauw). Portugal is een belangrijk tussenstation voor de vogeltrek. Steltlopers, kluten, wulpen en grutto's zijn de belangrijkste trekvogels. Verder zijn er arenden, uilen, buizerds en zeekoeten. |