Extra informatie over Rwana
Algemeen
Toen Rwanda in 1903 onder Duits koloniaal bewind kwam te staan, was het land reeds eeuwenlang een koninkrijk, gedomineerd door de Tutsi's (veehouders) die circa 15% van de bevolking uitmaken. De Hutu's (landbouwers) vormden meer dan 80% van de bevolking, de autochtone Twa 1%. Na de Eerste Wereldoorlog kwam Rwanda onder Belgisch koloniaal bewind te staan, dat het lokale bestuur vrijwel uitsluitend bij de Tutsis legde. Op deze manier werd de overheersende rol van de Tutsis zo verder vergroot. Dit leidde tot een opstand van de Hutu-bevolking toen in 1959 de onafhankelijkheid in zicht kwam. Veel Tutsi's verloren het leven en een groot aantal ontvluchtte het land. De monarchie werd afgeschaft en in 1962 kwam een onafhankelijke republiek tot stand met Gregoire Kayibanda (Hutu) als eerste president. Gewelddadigheden tussen Hutu's en Tutsi's leidden in 1963, en opnieuw in 1973, tot een verdere uittocht van Tutsi's naar met name Uganda en Burundi. In juli 1973 kwam Rwanda na een staatsgreep onder het gezag van generaal Juvenal Habyarimana die de 'Mouvement Revolutionaire National pour le Developpement' (MRND) oprichtte.
In de jaren '70 maakte Rwanda een voorspoedige economische ontwikkeling door. Vanaf midden jaren '80 stagneerde de groei en ontstonden maatschappelijke en politieke spanningen. De roep om hervormingen en afschaffing van het eenpartijstelsel nam toe. Intussen was de Tutsi-gemeenschap in ballingschap het recht op terugkeer en deling van de macht gaan eisen. Toen Habyarimana geen concessies deed viel, in 1990, de door Tutsi's gedomineerde guerrillagroep 'Rwandan Patriottic Front' (RPF) het land vanuit Uganda binnen. Zij bezetten een deel van het noorden en oosten van Rwanda; bijna een miljoen burgers werd binnenslands ontheemd.
In 1991 werd, mede onder internationale druk, het meerpartijenstelsel ingevoerd. Een transitieregering werd ingesteld die onderhandelingen met het RPF ging voeren. Dat leidde in 1993 tot het Akkoord van Arusha, dat voorzag in de terugkeer van de Tutsi-ballingen, deling van de macht en integratie van het RPF in de Rwandese strijdkrachten (Forces Armes Rwandaises; FAR).
De VN zette 2500 manschappen in ter bewaking van de implementatie van het Akkoord.
Uitvoering van 'Arusha' werd evenwel door elementen binnen de MRND en extremistische Hutu-partijen gesaboteerd. Op 6 april 1994 werd het vliegtuig van Habyarimana neergeschoten. In de daaropvolgende politieke chaos legden de Hutu-extremisten en hun milities ('interahamwe') hun geplande genocide op Tutsi's (en gematigde Hutu's) ten uitvoer. In minder dan 4 maanden kostte dat het leven aan ongeveer 900.000 mensen.
De VN-macht greep ten tijde van de zuiveringen niet in en werd zelfs grotendeels teruggetrokken. Terwijl het RPF het land veroverde (juli 1994, val van Kigali) stelde het optreden van een Franse militaire interventiemacht in de 'Zone Turquoise' het Rwandese leger in staat om naar het voormalige Zaire te ontkomen. Twee miljoen Hutu's vluchtten naar Zaire, Tanzania en Burundi. De terugkeer naar Rwanda van de Tutsi-ballingen kwam op gang.
Het RPF zag zich voor enorme problemen gesteld: de welhaast totale ineenstorting van het overheidsapparaat, de geruneerde economie en het onoplosbare probleem van de vele van genocide verdachte personen. De veronderstelling dat de situatie na een transitieperiode van vijf jaar zou kunnen zijn genormaliseerd bleek illusoir, vooral vanwege de militaire dreiging aan de westgrens. De vluchtelingenkampen in Zaire werden beheerst door de voormalige FAR en de milities, die er geen geheim van maakten te willen terugkeren om de genocide te voltooien. Toen de internationale gemeenschap aan die dreiging geen einde maakte greep Kigali in. Via steun aan de 'Banyamulenge' (Zairese Tutsi's die in oostelijk Zaire waren onderworpen aan etnische zuivering) werden de vluchtelingenkampen onder de voet gelopen. Honderdduizenden Hutu's keerden noodgedwongen naar Rwanda terug. De harde kern van de gewapende elementen vluchtte de oerwouden in en bleef een bedreiging. Ook uit Tanzania keerden de (half miljoen) vluchtelingen terug.
De door Rwanda gesteunde 'Banyamulenge' opstand leidde medio 1997 in Zaire tot de val van het Mobutu-regime en het aan de macht komen van Laurent-Desire Kabila in de herdoopte Democratische Republiek Congo. Het Rwandese leger speelde daarbij een sleutelrol en had aanvankelijk grote invloed op de nieuwe Congolese regering. In 1998 besloot Kabila deze invloed in te perken en eiste het vertrek van de RPA uit de DRC. Bovendien stelde Kabila de 'forces genocidaires' in staat om vanaf Congolees grondgebied in Rwanda te infiltreren en daar op grote schaal terreur te zaaien. Tienduizenden burgers in de noordwestelijke provincies verloren het leven door moordaanslagen en hardhandige legeroperaties.
In augustus 1998 brak in de DRC opnieuw een door Rwanda (en Uganda) gesteunde rebellenopstand uit. Ditmaal intervenieerden Zimbabwe, Angola en Namibi aan de zijde van Kinshasa. Een militaire patstelling ontstond. Medio 1999 werd te Lusaka een vredesakkoord gesloten, maar ondanks het daarin overeengekomen staakt-het-vuren gingen de vijandelijkheden nog door. President Kabila drong slechts aan op de onmiddellijke terugtrekking van Ugandese en Rwandese troepen van Congolese bodem, maar gaf overigens geen medewerking aan de uitvoering van het Lusaka akkoord op het vlak van ontwapening van Hutu milities (interahamwe), de inzet van VN troepen (MONUC) en het organiseren van een inter-Congolese dialoog over democratisering in de DRC.
Na de moord op president Laurent Kabila, in januari 2001 en het aantreden van diens zoon Joseph Kabila leek het Lusaka vredesproces een nieuw elan te krijgen. Een fundamenteel veiligheidsprobleem voor Rwanda bleef evenwel ook in 2001 onopgelost, te weten de dreiging van ex-FAR en interahamwe. Rwanda is van mening dat de dreiging pas zal verdwijnen wanneer de bevoorrading van ex-FAR en interahamwe door de regering in Kinshasa wordt gestaakt en daarbij tevens beide groepen worden ontwapend en gedemobiliseerd.
Door de inzet van troepen in de DRC was de veiligheid in Rwanda zelf sinds 1998 weliswaar toegenomen, maar een aanval van ongeveer 5000 ex-FAR en interahamwe in mei / juni 2001 op het noordwesten van Rwanda toonde opnieuw aan dat zij nog steeds een reel gevaar voor de Rwandese veiligheid vormen. De aanval kon door de RPA worden afgeslagen doordat de overwegend Hutu bevolking in dit gebied voor het eerst geen steun aan de infiltranten gaf. Gevangen genomen strijders zijn in Rwanda goed behandeld en na een aanpassingsperiode in de gelegenheid gesteld terug te keren naar de plaats in Rwanda waar zij oorspronkelijk vandaan kwamen. Onderhandelingen tussen de DRC en Rwanda leidden op 30 juli 2002 tot het Pretoria-akkoord. In dit akkoord werden de afspraken uit het Lusaka-akkoord, zoals de ontwapening van de negative forces (ex FAR/Interahamwe) en de terugtrekking door Rwanda van zijn troepen uit de DRC bevestigd. Aan deze afspraken werd een tijdspad voor uitvoering toegevoegd. In oktober 2002 trok het Rwandese leger zich terug uit de DRC. De ontwapening van de ex-Far/interahamwe kwam echter niet van de grond. Rondom de genocideherdenking in april 2004 vonden er enkele infiltraties door ex-FAR/Interahamwe op Rwandees grondgebied plaats. De Rwandese regering wijst regelmatig met een beschuldigende vinger naar MONUC, de transitieregering in de DRC en de internationale gemeenschap in het algemeen, omdat deze te weinig zouden doen om het probleem van de ex-FAR/Interahamwe op te lossen. Eind 2004 dreigde Rwanda het oosten van de DRC binnen te vallen nadat er een aanval van van de ex-Far/interahamwe had plaatsgevonden op Rwandees grondgebied. Alhoewel de aanval weinig om het lijf had was voor Rwanda de maat vol en dreigde zij de DRC binnen te vallen. Onder druk van de internationale gemeenschap heeft zij hiervan afgezien. De internationale gemeenschap heeft de FDLR een ultimatum gesteld voor ontwapening waar geen gevolg aan is gegeven. Voorts zijn een aantal FDLR-leiders op een zwarte lijstte geplaatst (bevriezen van tegoeden en reisverbod) . Recentelijk heeft een van deze FDLR-leiders zich in Duitsland aangegeven.
Rwanda speelt als ontvangend land een belangrijke rol bij de ontwapening en repatriering van de Rwandese FDLR in het oosten van de DRC. Dit proces komt onvoldoende van de grond. Van belang is dat Rwanda de voorwaarden van terugkeer (geen berechting van degenen die jonger zijn dan 25 jaar en dus geen rol hebben gespeeld tijdens de genocide, een eerlijk proces voor degenen die dat wel hebben gedaan etc.) duidelijk kenbaar maakt middels een intensieve informatiecampagne. Daarnaast blijft militaire druk door MONUC en het Congolese leger van belang. Rwanda weigert tegemoet te komen aan de politieke ruimte die de FDLR wenst, en wijst hierbij op de genocidaire achtergrond van de groep en vindt zich hierin gesteund door de internationale gemeenschap. Het merendeel van de FDLR is niet geinteresseerd in de politieke aspiraties van hun leiders. De meeste jongeren wensen een nieuw bestaan op te bouwen in Rwanda.
Ondanks dat de Rwandese overheid ontkent dat zich Rwandese troepen op het grondgebied van de DRC bevinden, wordt Rwanda hiervan in verschillende rapporten van zowel de VN als andere organisaties beschuldigd. Eveneens wordt in rapporten van mensenrechtenorganisaties het Rwandese leger in de DRC beschuldigd van mensenrechtenschendingen. Tevens wordt zij in verband gebracht met illegale exploitatie van natuurlijke rijkdommen (vooral coltan) en illegale wapenhandel.
De relatie tussen Rwanda en Uganda kwam rond 2000 onder druk te staan vanwege tegenstrijdige belangen in de DRC. Dit leidde meermalen tot gevechten tussen de legers van beide landen in de Congolese stad Kisangani. Sedertdien verslechterde de relatie tussen beide landen ook op andere fronten. Britse bemiddeling moest er in 2001 en 2002 aan te pas komen om de betrekkingen te verbeteren. Alhoewel de relatie sinds 2003 in rustiger vaarwater leek te zijn gekomen, zijn er recentelijk weer spanningen tussen beide landen waarneembaar.
Staatsinrichting
Op 4 juni 2003 werd een nieuwe grondwet van kracht. De nieuwe constitutie vervangt de Loi Fondamentale, een overgangsgrondwet uit mei 1995 die gebaseerd was op de grondwet van 1991 (waarin het meerpartijenstelsel werd gentroduceerd), de akkoorden van Arusha van 1993, de Overwinningsdeclaratie (Victory Declaration) van het RPF van juli 1994 en afspraken gemaakt tussen de politieke partijen (met uitsluiting van de MRNDD en de CDR) in het Meerpartijen Protocol of Understanding (Multiparty Protocol of Understanding) van november 1994. Met de afronding van de presidents- en parlementsverkiezingen kwam een einde aan de overgangsperiode die was ingegaan na de genocide van 1994.
Formeel is in Rwanda sprake van scheiding van uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht. De nieuwe constitutie voorziet in een parlement (Nationale Vergadering) van 80 leden en een senaat van 26 leden die telkens een mandaat krijgen voor vijf jaar. De president kan tweemaal voor een periode van zeven jaar gekozen worden.
Het rechterlijke systeem bestaat uit een Hoge Raad, het Hooggerechtshof, twaalf gerechtshoven van eerste aanleg en 60 provinciale rechtbanken. Naast de burgerlijke en strafrechtbanken bestaan er ook militaire rechtbanken. Na het aannemen van de niewe constitutie in 2003, maakten alle instituten van de justitiesector een nieuwe start.
De strijdkrachten spelen in Rwanda nog een belangrijke rol, hetgeen uiteraard uit de geschiedenis van 1994, de gebeurtenissen over de grens in de DRC, en de strijd tegen de infiltranten in 1997/98 en 2001 te verklaren valt. Rwanda is momenteel bezig om een gedeelte van haar troepenmacht te demobiliseren. Men beoogt een kleiner, professioneler leger tot stand te brengen. Rwanda is voornemens om een gedeelte van het leger om te vormen tot een peacekeeping force, dat aan AU en VN vredesmissies kan deelnemen. In 2004 zijn ongeveer 300 man uit de RDF naar Sudan vertrokken om deel te nemen aan de Afrikaanse vredesmissie in Darfur. In 2005 betrof dit 1898 man.
Binnenlandse politiek
In 2003 is een einde gekomen aan de transitieperiode waarin Rwanda zich sinds het einde van de genocide (1994) bevond. Per referendum is een nieuwe grondwet aangenomen. Tevens zijn er presidents- en parlementsverkiezingen gehouden. Deze hebben geresulteerd in een grote overwinning voor president Paul Kagame en de FPR (Front Patriotique Rwandaise) alhoewel vraagtekens kunnen worden gezet bij de uitkomst (intimidatie/gebrek aan transparantie). Tevens was van enige serieuze oppositie geen sprake. Zo werd de MDR (Mouvement Democratique Republicain, bekend als Hutu-partij) verboden omdat deze partij zich schuldig zou maken aan etnisch divisionisme. De MDR heeft sinds de genocide deel uitgemaakt van de transitieregering.
Sinds de gebeurtenissen van 1994 is Rwanda er in geslaagd meer dan twee miljoen teruggekeerde vluchtelingen in de samenleving te integreren, de infrastructuur in min of meerdere mate te rehabiliteren, 15.000 soldaten van de voormalige FAR in het leger op te nemen en het openbaar bestuur weer te doen functioneren. De geweldspiraal die het noordwesten in 1997 en 1998 beheerste lijkt ten einde, al vond in 2001 opnieuw een inval van Hutu milities plaats. Sindsdien is er meer ruimte gekomen voor ontwikkeling. In november 2001 is een nationale strategie voor armoedebestrijding (PRSP) aangenomen. Het reeds begonnen proces van decentralisatie heeft daarin een belangrijke plaats. Een nieuw PRSP is momenteel in de maak.
In 2005 is op nationaal niveau is er een begin gemaakt met een nieuw, tijdelijk en aanvullend rechtssysteem, toegespitst op de specifieke omstandigheden die het gevolg zijn van de genocide, namelijk de enorme aantallen verdachten in de overvolle gevangenissen en de behoefte aan verzoening en wederopbouw. Deze gacaca worden voorgezeten door lekenrechters, die door de bevolking gekozen zijn. De gacaca-rechtbanken hebben begin 2006 de fase van informatiecollectie afgerond en zullen nu de rechterlijke fase ingaan. Vanaf dat moment zullen dus diegenen, die in de eerste fase aangeklaagd zijn, veroordeeld, dan wel vrijgesproken worden. Over twee of drie maanden zal een grote lijst uitkomen met daarin alle beschuldigden in de verschillende categorien. Tot nu toe wordt aangenomen dat de lijst wel kan bestaan uit 800.000 mensen. |