Extra informatie over Senegal
Algemeen
Senegal (officieel: Rpublique du Sngal of Sounougal in het Wolof)ligt in West-Afrika en grenst in het westen aan de Atlantische Oceaan, in het oosten aan Mali, in het zuiden aan Guinee en Guin-Bissau, en in het noorden aan Mauritani. Op het grondgebied van Senegal ligt het land Gambia (zie kaart). Op ongeveer 500 kilometer uit de kust ligt de eilandengroep Kaapverdi.
Senegal is over het algemeen erg vlak. Er is een heuvellandschap in het zuidoostelijke grensgebied met Mali en Guinee, dat in hoogte varieert van gemiddeld 300 tot 400 meter. Het hoogste punt van Senegal ligt in de buurt van Nepen Diakha in het zuidoosten en meet 581 meter.
Senegal is iets meer dan vijf keer zo groot als Nederland en meet 196.722 km2.
Dwars door Senegal stromen vier grote rivieren: de Senegal (1750 km), de Casamance, de Saloum en de Gambia. De Senegal-rivier vormt de noordgrens van Senegal.
In Senegal zijn van noord naar zuid een aantal landschapstypen te onderscheiden.
In het noorden ligt de sahelsteppe met korte grassen, struiken en her en der een boom.
Onder de sahelsteppe vinden we een doornstruiksavanne met doornstruiken, grassen en groepjes bomen.
Dan volgt een parklandsavanne met lange grassen, grote struiken en steeds meer bomen. De bossavanne loopt over van Gambia naar het zuiden van Senegal en kenmerkt zich door lange grassen, boomgroepen en palmen.
In het zuidwesten van de Casamance-regio komt tropisch oerwoud voor. De kust en de stroomgebieden van de rivieren ziet er groen uit met b.v. mangrovebossen. De heuvels van Cap Vert zijn de resten van een oud vulkanisch eiland. De Petite Cte ten noorden van Cap Vert heeft mooie zandstranden. Achter de stranden liggen uitgebreide zandduingebieden die zich tot 20 km landinwaarts voortzetten. Ten zuiden van Joal wordt de kust moerassig en komen veel kreken voor, afgewisseld met brede riviermondingen.
De nationale symbolen van Senegal zijn de leeuw en de baobab of apenbroodboom.
Senegal levert regelmatig soldaten voor vredesmissies van de Verenigde Naties en verschillende internationale organisaties werden en worden geleid door Senegalezen.
Klimaat
Senegal ligt qua klimaat in een overgangsgebied. Het noorden ondervindt sterk de invloed van de Sahara-woestijn. De regentijd in het noorden is maar kort en net voldoende om landbouw en vooral de belangrijke pindateelt mogelijk te maken. De regenperiode loopt van juli tot en met midden oktober. De gemiddelde jaarlijkse neerslag neemt toe van noord naar zuid en van het binnenland naar de kust.De regen valt bijna altijd in de vorm van stortbuien die enkele uren kunnen duren. Door de zeer hoge luchtvochtigheid in combinatie met de hoge temperaturen is deze periode, hivernage genaamd, niet de meest aangename tijd.
In het zuidwesten van de Casamance valt gemiddeld 1500-2000 mm neerslag per jaar. In het noorden valt slechts 300-400 mm. In het gebied rond de hoofdstad Dakar valt 500 mm per jaar.
Het klimaat in de kuststrook vanaf Dakar naar het zuiden is door de invloed van de zee wat gematigder. In december overdag ongeveer 22C tot mei/juni zo'n 35C. 's Nachts koelt het flink af. De heetste maanden zijn mei/juni en oktober aan de kust, en maart t/m juni en oktober in het binnenland. In het binnenland kunnen de temperaturen in de zomermaanden oplopen tot tussen de 40 50C. Kaolack is de warmste stad van Senegal; 's middags is het meestal rond de 38C.
In de Sahel-zne kunnen de nachten fris zijn en kan de temperatuur teruglopen tot 10-15C. 's Middags kan de temperatuur weer oplopen tot tegen de 40 graden. Langs de Senegal-rivier duurt het droge seizoen 8-10 maanden, in de Casamance vijf maanden.Het droogste gebied ligt rond St. Louis in het noorden, daar valt gemiddeld 345 mm per jaar. Van januari tot en met maart waait vaak de "harmattan", een frisse woestijnwind. Nadeel is dat deze wind vaak dikke rode stof uit de Sahara meevoert.
Planten en dieren
De zuidrand van de Sahara doorsnijdt het noorden en oosten van Senegal. Door de steeds verdergaande woestijnvorming heeft de flora en fauna in de loop der tijden grote veranderingen ondergaan. Het rijke dieren- en plantenleven zal hoogstwaarschijnlijk nooit meer terugkomen.
Door de droogte en de oprukkende woestijn heeft het noorden van Senegal een savannelandschap met lage grassen, struiken en wat acacia's. Wat zuidelijker komen al fruitbomen en palmen voor. Mangrovebossen vinden in de mondingsgebieden van de Saloum en de Gambia. In de Casamance komen mangrovebossen, palmboombossen en tropisch regenwoud voor. En verder groeien er nog mangobomen, kapokbomen en kolanootbomen.
Met name in de droge streken komt de meest karakteristieke boom van Afrika voor: de baobab of apenbroodboom. De baobab wordt ongeveer 20 meter hoog en kan meer dan 1000 jaar oud worden. De boom speelt een rol in talloze Afrikaanse mythen en legenden. De schors, de vruchten, de bladeren, het hout, bijna alles van deze boom wordt door de bevolking gebruikt.
In de zuidelijke helft van Senegal is de kapokboom zeer nadrukkelijk aanwezig; alleen al door het feit dat de kapokboom meer dan 50 meter hoog kan worden. In de wat vochtiger gebieden groeit bamboe, die men gebruikt voor het maken van o.a. meubels en erfafscheidingen. De altijd groene mangroveboom kan wel 25 meter hoog worden en groeit in zout en brak water.
In de bloei- en bloesemtijd zorgen o.a. bougainville, hibiscus en oleander voor fantastische kleuren in het landschap.
Senegal Grote wilde dieren komen alleen nog in het Niokolo Koba (8000 km2) nationale park voor. Daar leven nog leeuwen, olifanten, buffels en gazelles. Ook de imposante, maar zeldzame Derby-elandantilope komt hier nog voor. Er zijn in het park meer dan 300 vogelsoorten, 70 soorten zoogdieren en 60 soorten zoetwatervissen geteld.
Krokodillen en nijlpaarden zijn nog te vinden aan de oevers van de Gambia-rivier. Kleinere zoogdieren als herten, wrattenzwijnen, hyena's, miereneters en mangoesten komen algemeen voor.
Apensoorten als fluweelapen, de huzaarapen, bavianen en Colobusapen zijn in het hele land te vinden.
Slangen zijn er genoeg in Senegal; pythons en giftige adders, cobra's, groene en zwarte mamba's vormen een bedreiging voor mens en dier. Grote varanen worden door de bevolking bejaagd, een lekkernij!
Termietenheuvels zijn overal te vinden. Termieten zijn het favoriete voedsel van het aardvarken en het reuzenschubdier. Verder nog mooie vlinders, griezelige kakkerlakken en giftige rupsen.
Op de markten langs de kust liggen veel soorten vis: zeebaarzen, zwaardvissen, tonijnen, haaien en barracuda's. Ook krabben, kreeften, roggen en inktvissen worden volop gevangen.
Naast Niokolo Koba heeft Senegal nog vijf officile nationale parken. Het Parc National de la langue de Barbarie biedt bescherming aan zeeschildpadden die hun eieren op de kust leggen.
Het Parc National des Oiseaux de Djoudj behoort tot de top tien van belangrijkste vogelgebieden in de wereld. |