Extra informatie over Togo
Algemeen
In 1894 werd Togoland, waar het huidige Togo deel van uitmaakte, een Duitse kolonie. Na de Eerste Wereldoorlog werd het gebied onder mandaat geplaatst van de Volkerenbond, waarbij Groot-Brittanni de westelijke helft en Frankrijk de oostelijke helft zou besturen. Het westelijke gedeelde werd in 1956 gevoegd bij het naburige Goudkust (samen het latere Ghana), terwijl het oostelijke gedeelte na een referendum in dat zelfde jaar een autonome republiek werd. In 1960 werd Togo volledig onafhankelijk van Frankrijk. De eerste president van de nieuwe republiek, Sylvanus Olympio, werd in 1963 aan de kant gezet door een militaire staatsgreep onder leiding van kolonel Etienne Gnassingbe Eyadma. In januari 1967 benoemde deze zichzelf tot president, hetgeen hij tot zijn dood in februari 2005 is gebleven. Het bewind van Generaal Eyadma kenmerkte zich vooral door repressie van het volk en diende om de belangen van het leger te beschermen.
Op 24 april 2005 werd Faure Gnassingb, zoon van de oude president Eyadema, met 60% van de stemmen verkozen tot president van Togo Een coalitie van oppositiepartijen onder leiding van Bob Akitani behaalde 40% volgens de officile cijfers. De oppositie beschuldigt tot de dag van vandaag de regering van fraude bij de verkiezingen en ziet zichzelf als de echte winnar en erkent de heer Ganssingb niet als hun wetmatige president.
Staatsinrichting
De Togolese Republiek is verdeeld in vijf administratieve eenheden (rgions), te weten: De La Kara, Des Plateaux, Des Savanes, Du Centre en Maritime.
De Grondwet van 1992 stipuleert de scheiding der machten als volgt:
De uitvoerende macht is in handen van de president en diens regering. De president wordt elke vijf jaar gekozen in rechtstreekse verkiezingen; de premier wordt benoemd door de president; de president en de premier benoemen gezamenlijk de leden van het kabinet.
De wetgevende macht ligt bij de Nationale Vergadering, bestaande uit 81 leden die elke vijf jaar rechtstreeks worden gekozen. Eerst in april 1991 werden andere politieke partijen toegestaan dan de regeringspartij Rassemblement du Peuple Togolais. In de huidige Nationale Vergadering zijn wegens een boycot van de oppositie naast de RPT echter geen andere partijen vertegenwoordigd.
De rechtsprekende macht berust bij de rechtbanken, met boven in de hirarchie de Cour Constitutionelle, de Cour dAppl en de Cour Suprme. Verder zijn daar de lagere Tribunaux de premire instance. De Grondwet biedt een aantal waarborgen, ook voor wat mensenrechten betreft.
De grondwet is in 2002 geamendeerd. De oppositie is zeer ontevreden over de amenderingen omdat het impliciet te veel macht bij de regerende partij en president legt.
Binnenlandse politiek
Er zijn officieel 70 politieke partijen in Togo. Al tientallen jaren lang echter domineert de regerende Rassemblement du Peuple Togolais (RPT) het politieke toneel, waarbij de RPT beschuldigd wordt vooral de belangen van het leger en de regerende elite te beschermen.
De oppositie bestaat uit een zogenaamde gematigde oppositie en de overige oppositie. Belangrijkste vertegenwoordigers van de gematigde oppositie zijn de Convergence Patriotique Panafricaine (CPP) van Premier Edem Kodjo en de Parti pour la democratie et le Renouveau (PDR) van Minister van Buitenlandse Zaken Zarifou Ayva.
De overige oppositie is zwak en verdeeld, en politieke tegenstanders worden vaak fysiek aangevallen, De oppositie vindt zijn aanhang vooral onder de hoger opgeleide bevolking van het zuiden, met name onder de grote Ew bevolkingsgroep rond Lom. De belangrijkste oppositiepartij is de Union des Forces du Changement (UFC), van Gilchrist Olympio. Olympio is de zoon van de in 1963 aan de kant gezette president Sylvanus Olympio. Van belang zijn ook de Comit dAction pour le Renouveau (CAR) van Yawovi Agboyibo. Tot de coalitie van oppositiepartijen behoren ook de ADDI CDPA, PSR en de UDS-TOGO.
Op 5 februari stierf President Eyadma onverwachts. Dezelfde dag werd zijn zoon Faure Gnassingb door het leger benoemd tot (interim) President. Deze coup detat maakte alle vorderingen die Togo in het democratiseringsproces had gemaakt in het afgelopen jaar te niet. De Europese Unie besloot de tijdelijke hervatting van de EU-hulp stil te leggen. De AU, ECOWAS en de rest van de internationale gemeenschap heeft deze coup sterk veroordeeld.
Onder druk van de AU en ECOWAS is Faure Gnassingb afgetreden en werden presidentiele verkiezingen georganiseerd op 24 april 2005. Gnassingb won deze verkiezingen met 60% van de stemmen. Een coalitie van oppositiepartijen onder leiding van Bob Akitani behaalde 40%. Oppositie stelde dat er fraude in het spel was, waarbij onder andere met de stembus-kaarten gesjoemeld was. De uitslag van de verkiezingen leidde tot rellen, onregelmatigheden, doden en een vluchtelingenstroom van bijna 40.000 personen naar buurlanden Benin en Ghana. Ook werd het Duitse Goethe Instituut in brand gestoken.
De regionale organisatie ECOWAS, gesteund door de internationale gemeenschap, heeft getracht om partijen (regering van de heer Gnassingb en de UFC-oppositie van de heer Olympio) bij elkaar te brengen in een brede regeringscoalitie van nationale eenheid. De regering zou belast worden met het organiseren van parlementaire verkiezingen. Tot op heden zijn alle pogingen voor samenwerking tussen regering en de UFC-oppositie gestrand. President Gnassingb heeft daarom besloten een coalitie te vormen met enkele gematigde oppositiepartijen, waarbij de heer Edem Kodjo (CPP) als Premier werd benoemd.
De Italiaanse NGO SantEgidio speelt inmiddels ook een bemiddelingsrol tussen de regering Gnassingb en de oppositiepartij van de UFC. Zo vond begin november 2005 overleg plaats in Rome tussen beide partijen. Deze gesprekken moeten bijdragen tot een klimaat van verzoening tussen beide partijen, teneinde de langverwachte parlementaire verkiezingen in 2006 mogelijk te maken. |