|
 |
|
 |
 |
Eu-gsm.nl
Ramsbeekweg 6
7152 JT Eibergen
Tel:0545-477142
Fax:0545-477153
Tel Belgiλ:
+31 545-477142
BTW Nummer: NL814257690B01
EORI Nummer: NL814257690
KvK: 08048559
Rekeningnummer: EU-GSM - Eibergen 51.79.00.068
info@eu-gsm.nl
|
|
 |
 |
 |
 |
|
Naamkado
|
|
|
|
|
|
| Landnummer Tsjaad 0235 |
|
|
|
Telecom netwerk operators in Tsjaad:
|
Extra informatie over Tsjaad
Algemeen
In 1960 werd Tsjaad onafhankelijk van Frankrijk, met uitzondering van het noordelijk deel, dat tot 1964 onder Frans militair beheer bleef. Vanaf de onafhankelijkheid tot de dag van vandaag heeft het land politieke onrust gekend als gevolg van elkaar afwisselende regeringen en elkaar bestrijdende politiek-militaire bewegingen. Een constante factor daarin zijn de tegenstellingen en conflictueuze relaties tussen de Arabische, van de veeteelt levende moslimbevolking in het arme, woestijnachtige Noorden en de christelijk-animistische landbouwers in het relatief welvarende Zuiden.
De geschiedenis van Tsjaad van de afgelopen veertig jaar kan ruwweg in vier periodes onderverdeeld worden op basis van de regeerperiodes van de opeenvolgende presidenten. Wie er aan de macht kwam was niet zozeer de uitkomst van interne politieke verschillen, als wel van buitenlandse benvloeding: bepalend hierbij was welke partij de militaire en financile steun verwierf van enerzijds Libi en anderzijds Frankrijk.
Van 1960 tot 1975 was Franois Tombalbaye, leider van de Parti Progressiste Tchadien (PPT), president. Hij was afkomstig uit het Zuiden. In 1962 verbood hij alle politieke partijen behalve de PPT, hetgeen op grote weerstand stuitte bij politiek invloedrijke personen in het Noorden. De hele periode van zijn bewind had hij te kampen met militaire op- en tegenstand in het Noorden van het land. In 1965 brak een ware rebellie tegen hem uit. Belangrijk in die strijd was de in 1966 in het Noorden opgerichte politieke partij FROLINAT (Front de Libration Nationale du Tchad), met de militaire tak FAN (Forces Armes du Nord) met Hissne Habr. In 1968 intervenieerde Frankrijk aan de kant van de regering, terwijl Libi actief de FAN ondersteunde. De spanningen tussen Tsjaad en Libi liepen hoog op toen Libi in 1973 de zogenaamde Aozou-strip in het Noorden annexeerde. In 1975 kwam president Tombalbaye om bij een staatsgreep.
De periode 1975-1982 met eerst Malloum (uit het Noorden) en daarna Kamougue (uit het Zuiden) als president staat bekend als de meest bloedige in de geschiedenis van Tsjaad. Militaire groepen met wisselende coalities (Habr soms samen met Malloum tegen de Libirs en dan weer los van Malloum gesteund door de Libirs) en wisselende voorkeuren bij Frankrijk bestreden elkaar voortdurend.
Van 1982 tot 1990 was Hissne Habr aan de macht. Een nationale verzoeningspoging met zuiderlingen op belangrijke kon het uitbreken van nieuwe onlusten niet voorkomen. Met name het Noorden, waar Libi nog steeds aanspraak maakte op de Aozou-strip en rebellerende militaire-politieke groepen bleef steunen, werd geteisterd door geweld.
Habr werd, na een staatsgreep, in 1990 opgevolgd door Idris Dby, lid van de invloedrijke Zahawa-stam uit het Noorden en voormalig opperbevelhebber van Habr's militaire eenheid. Zijn Mouvement Patriotique du Salut (MPS), gesteund door Soedan en (waarschijnlijk) Libi, beheerste de Tsjadische politiek. Deby kondigde democratische hervormingen aan en in 1992 werd de constitutie herzien. In 1996 en 1997 vonden presidentile- en parlementsverkiezingen plaats, waarbij Deby en de MPS de meerderheid van stemmen behaalden. Dby werd nogmaals herkozen in mei 2001, maar de resultaten van die verkiezingen werden door de oppositie betwist.
Ook onder Dby blijft de toestand in Tsjaad onrustig. In de eerste jaren van zijn bewind is herhaaldelijk sprake geweest van standrechterlijke executies van tegenstanders. Sinds 19923 heeft Dby kans gezien vredesovereenkomsten af te sluiten met verschillende politiek-militaire tegenstanders af te sluiten, de relaties met Libi te verbeteren en binnen zijn regering leden van de oppositie op te nemen. Bij de presidentsverkiezingen van voorjaar 2006 zal Dby zich naar verwachting kandidaat stellen voor een derde termijn als president.
Staatsinrichting
De in 1996aangenomen nieuwe grondwet voorziet in een meerpartijen systeem. De president van Tsjaad wordt direct gekozen voor een periode van vijf jaar en kan sinds juni 2005 ongelimiteerd herkozen worden (middels een referendum besloten)..De president kiest de premier die vervolgens de ministerraad samenstelt. De wetgevende macht ligt volgens de constitutie bij het Parlement, dat uit twee Kamers bestaat die direct gekozen worden. De Nationale Vergadering, die uit 155 leden bestaat, wordt gekozen voor een periode van vier jaar. Een Senaat, met een mandaat voor twee jaar, is nog steeds niet bijeen gekomen. Van de 155 zetels in de Nationale Vergadering worden er momenteel 110 ingenomen door de MPS. De meerderheid van de oppositie in het parlement is op de een of andere manier met de MPS verbonden. Recentelijk zijn nieuwe partijen opgekomen die de kracht van de oppositie groter kunnen maken.
Binnenlandse politiek
Met het aantreden van Deby in 1990 werden democratische hervormingen en de invoering van een meerpartijensysteem aangekondigd. In 1996 werd een nieuwe constitutie aangenomen. Een overgangsregering trad aan om het proces tot democratisering vorm te geven. Parlements- en presidentsverkiezingen vonden plaats in 1996 en 1997. De eveneens aangekondigde lokale verkiezingen laten nog steeds op zich wachten. De politieke onrust nam, zeker in de eerste jaren van het Dby-bewind, niet af. De spanningen tussen het Noorden en Zuiden en de conflicten tussen regering en rebellen (die zich inmiddels hadden verenigd in de Mouvement pour la Dmocratie et le Dvelopment), en andere oppositiepartijen zoals het Comit de Sursaut National pour la Paix et la Dmocratie (CSNPD) in het Zuiden, bleven bestaan.
Toch wist Dby vanaf 1992 langzamerhand meer rust in het land te brengen, met name door vredesovereenkomsten af te sluiten met een aantal rebellengroeperingen. In maart 1997 kwam het tot een verzoening en zegden de rebellenbewegingen toe zich tot politieke partij om te vormen en de wapens neer te leggen en in te leveren. De regering beloofde de militaire rebellen op te nemen in het regeringsleger en anderen een plek te gunnen in het overheidsapparaat. De uitvoering van de afspraken zijn echter niet succesvol verlopen. Vooral gebrek aan financile middelen bij de regering en politieke wil bij beide partijen zijn daarvan de oorzaak. Als gevolg van onvrede bij de voormalige rebellen over het niet nakomen van de beloftes door de regering, braken in oktober 1997 gevechten uit in Moundou in het Zuiden tussen regeringstroepen en de militaire rebellenbeweging FARF, een Zuidelijke beweging die een federatie voorstaat. De onlusten bereikten in 1998 een hoogtepunt met veel doden aan de kant van de rebellen en de burgerbevolking. Begin 1999 werden troepen naar het Noorden gestuurd, waar in de Tibesti-regio een militaire oppositionele groep de regering bestreed.
De positie van Dby wordt, na een mislukte staatsgreep in 2004, in toenemende mate verzwakt door verdeeldheid binnen het leger. De dominante positie van de Zaghawa stam brokkelt langzamerhand af. Uit het oosten van Tsjaad komen sinds enige tijd berichten over tegen de regering gerichte activiteiten van gedeserteerde militairen en andere rebellen, voornamelijk van Arabische afkomst of stammen die zich tegen de Zaghawa afzetten. Volgens de regering van Tsjaad zouden opstandelingen zich hebben verschanst in het aangrenzende Darfoer. Zij zouden door Khartoem ingezet worden in de strijd in Darfoer en tevens steun genieten in hun streven de regering-Dby te destabiliseren. Overigens zou de regering-Dby de SLM/A rebellenleider Minawi steunen hetgeen een doorn in het oog is voor Khartoem.
Op 18 december 2005 pleegden Tsjadische deserteurs/rebellen van het Tama-stam onder leiding van Col. Mohammed Nur een aanval op het stadje Adr, vlakbij de grens met Darfoer. Daarbij is een onbekend aantal doden en gewonden gevallen. De Soedanese regering heeft wederom iedere betrokkenheid ontkend en verklaard geen enkele actie tegen Tsjaad in de zin te hebben.
Acties als deze vormen een bedreiging voor de ernstig verzwakte regering van Tsjaad en voor de stabiliteit in de toch al instabiele regio.
In Tsjaad wordt veel door de president en zijn naaste medewerkers bepaald. De ontwikkeling van het land stagneert al vele jaren. Wel is onder druk van het IMF en de Wereldbank de laatste jaren het bestuur van het land verbeterd en is momenteel de hoop op vooruitgang gevestigd op een oliewinningsproject in het Zuiden van het land. De exploitatie is in handen van een olieconsortium bestaande uit ExxonMobile, Petronas (Maleisi) en Chevron. De Wereldbank heeft in 2000 besloten een lening te verstrekken aan de regering van Tsjaad voor haar aandeel in de oliepijpleiding naar de kust van Kameroen. Bij de goedkeuring voor deelname van de Wereldbank aan het project is door de Bank, onder druk van kiesgroepen, onder andere toegezegd een onafhankelijk internationaal toeziend orgaan in het leven te roepen, de International Advisery Group.
In januari 2006 is een conflict ontstaan tussen Tsjaad en de Wereldbank naar aanleiding van het amenderen door Tsjaad van een in 1999 in overeenstemming met de Wereldbank aangenomen wet die bepaalde dat 10% van de olieopbrengsten gestort dient te worden in een fonds voor toekomstige generaties. Deze wetgeving was ingegeven door de slechte sociaal-economische situatie waarin het land verkeert. Als reactie heeft de Wereldbank US$ 124 miljoen aan leningen, met name t.b.v. de oliepijplijn naar Kameroen, geblokkeerd. |
|
|